Jelmer's Infostek

artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis

beginpagina   uberhaupt   uitentuis.nl   links   jelmer  

De AIVD als intellectueel instituut tegen het wij-zij denken.

Intellectuelen en kunstenaars nemen in Nederland geen stelling tegen polarisatie

De AIVD zei laatst dat moslimjongeren zich steeds meer aangetrokken voelen tot de Jihad, zolang opiniemakers zich consequent negatief uitlaten over de Islam, en wij-zij tegenstelling constant proberen te verbreden. Pim Fortuyn was de eerste die de aanval opende op de ‘achtelijke cultuur’. Op dit moment maken drie vooraanstaande politici zich zonder al te veel moeite schuldig aan een reeks stigmatiseringen. Ayaan Hirsi Ali beweert dat de islam sowieso fundamentalistisch is, Jan Peter Balkenende geeft aan dat we het over waarden in de samenleving eens zijn, op die enkele moslimvoorganger na, Jozias van Aartsen beschuldigt de AIVD van de wereld op zn kop zetten.

Rond de Kristallnachtherdenking in November in Amsterdam werd aandacht besteed aan het toenemend anti-semitisme in Nederland. Maarten van Poelgeest (GroenLinks fractievoorzitter in Amsterdam) gaf in de Volkskrant aan dat we ook bij onszelf te raadde mogen gaan. De redenering die wordt gehanteerd is helder; wie zondebok wordt, zal van zich af proberen te bijten door zich sterker met de eigen groep te gaan identificeren en dat uit te dragen, en simultaan een eigen zondebok te zoeken.

Dat die polarisatie zich moeilijk voor rede laat vatten kan worden gezien wanneer we kijken naar de reacties op twee recente kunstuitingen in een ander, wereldwijd gepolariseerd conflict; het Palestijns-Israelische.

Het Isrealisch-Zweedse kunstenaarskoppel Dror Feiler en Gunilla Skold creerden een vijver met rode vloeistof waarop zij een bootje met de beeltenis van de Palestijnse zelfmoord aanslagpleegster Hanadi Jaradat lieten drijven. Het Israelische modehuis Comme-il-faut, maakten op idée van studenten van de Jeruzalemse kunstacademie een reportage voor hun nieuwe collectie voor de Israelische muur. Het zijn momenten waar het Palestijns Israelisch conflict de kunst beinvloed, en door de kunst beinvloed wordt.

Het eerstgenoemde werk werd door de Israelische ambassadeur in Stockholm vernield. Ook premier Sharon veroordeelde het werk, hij noemde het een teken van het groeiend anti-semitisme in Europa.

Het als tweede genoemde werk werd eveneens niet met gejuich ontvangen. Het statement waarbij “schoonheid, vrouwelijkheid en mode” werden gebruikt als wapen tegen “een muur van beledigingen, lelijkheid en vernederingen” werd fel bestreden door de voorstanders van de afscheiding.

De beide werken kiezen, ondanks dat het wel wordt gesuggereerd, geen partij voor de Israelische danwel de Palestijnse zijde. De statements die gemaakt worden zijn meer van: denk na over waar wij mee bezig zijn, of dit de juist weg is om te komen waar we willen. Of de huidige strategie ons schoonheid brengt. Het geeft van beide de absurditeit van het conflict en alles wat daar om heen hangt. Intellectuelen en kunstenaars mengen zich actief in het debat over de toekomst van de Israelische en Palestijnse staten.

In Nederland is hun participatie in het publieke debat een stuk kariger; intellectuelen lijden aan consensus-pragmatisme dat gericht is op het vinden van oplossingen voor dagelijkse problemen. Kunstenaars zijn nauwelijks maatschappelijk ge-engageerd, en durven de absurditeit van de huidige tijdsgeest niet over het voetlicht te brengen. Het is natuurlijk schandelijk dat de meest nuttige poging om een bijdrage te leveren tegen de polarisatie, en voor de kritische reflectie op ons eigen gedrag en onze gedachten, niet komt vanuit het intellect of de kunsten, maar vanuit de nuchtere en een voor de hand liggende analyse door de voormalig geheime dienst.

januari 2004, OverDWARS