Jelmer's Infostek
uw dagelijkse portie commentaar,
verzorgd door Jelmer Uitentuis
Electronische aangifte
Stop de onzinnige strijd tegen de bureaucratie
In Rotterdam is het mogelijk om via internet aangifte te doen bij de politie. Dit vergemakkelijkt het doen er van; immers je hoeft niet eens de deur uit om te melden dat je iets kwijt bent, dat er iets vernield is, of dat je iets gevonden hebt. Een moord is via het wereldwijdeweb niet te melden, evenals vele andere zaken. Echter; het lijkt een goed voorbeeld van de strijd tegen de vermaledijde bureaucratie.
Wat bureaucratie precies is, is beschreven door Weber. Hij beschrijft het in de historische context van het rationaliseringsproces in de 18e eeuw. Het heeft een aantal aspecten, dit zijn de belangrijkste; het is arbeidsdeling op basis van regels, het heeft een hiërarchie nodig, belangrijke beslissingen en handelingen zijn op schrift vastgelegd en er is een duidelijke scheiding tussen werk en privé.
Uit deze beschrijving komt naar voren dat regelzucht een belangrijk onderdeel is van bureaucratie. Maar dat het eveneens een rationeel systeem is waarin willekeur zo veel mogelijk wordt uitgesloten. Het grote gevaar van bureaucratie is echter dat die regels in plaats van bescherming te bieden, de toegankelijkheid van organisaties verkleint. Mensen die de regels niet kennen hebben daardoor minder toegang tot de overheidsinstanties, dan mensen die de regels wel kennen.
Het regeerakkoord van Balkenende 2 heet ‘meedoen, meer werk, minder regels.’ Dat laatste puntje duidt op een krachtige aanpak van onnodige regelgeving; in de financiële paragraaf van het regeerakkoord worden twee aspecten genoemd van bestrijding van de bureaucratie. Sommige ministeries worden getrakteerd op efficiency kortingen, en ook worden door ministeries flink minder externen ingehuurd. Minder regels betekent voor dit kabinet dus vooral efficiënter werken. Hoe moet dat dan? Een bureaucratische organisatie is, binnen de grenzen van wat rationeel te overzien is, een goedgeoliede machine.
De problemen van een bureaucratie liggen momenteel met name in de kennis en kunde van regels door de klant. Degene die gebruik maakt van de overheidsregelingen kent die regels niet, en wordt er wel constant mee om de oren geslagen. Dat is een probleem. Een ander probleem is wat Marx vervreemding noemde. Ambtenaren lijken meer met regels te leven dan met hetgeen waarvoor ze bedoeld zijn, een goede en rechtvaardige verdeling van geld en goederen. Dit heeft mede te maken met de manier van verantwoording afleggen, die rigide gedrag op de werkvloer uitlokt. Er ligt ook nog het probleem van doorgeschoten consumentisme, ofwel het idee van 'I want it all, and I want it now.' Dat geeft wel druk en ontevredenheid, maar is niet te wijten aan de specifieke eigenschappen van de bureaucratie als zodanig.
Efficiencykorting betekent over het algemeen drie dingen; ten eerste een herijking van het aantal (effectieve) overlegstructuren. Te veel overleg is, evenals te weinig overleg, niet goed voor, bijvoorbeeld de productiviteit. Ten tweede een vermindering van het aantal uit te voeren taken; het betreft hier meestal het op politieke basis scheiden van wat hoofd- en bijzaken worden genoemd. En als derde wordt meestal het grootschalig inzetten van ICT en daarbij het koppelen van bestanden aan elkaar als middel tegen de bureaucratie gezien. En daar wringt de schoen.
Computers zijn rigide, zijn uiterst inflexibel. Databases moeten via bepaalde standaardcoderingen worden aangemaakt en gekoppeld. Op die manier kan er niet meer creatief gedacht worden, kunnen geen creatieve voorzieningen meer getroffen worden. Immers, een computer signaleert fouten maar kan er niets mee, en ook niet tegen doen. Dat is dus uiterst bureaucratisch. De vermindering van regels door het beter benutten van ICT is gewoonweg onzin.
Computers maken eveneens de voorzieningen ontoegankelijk; mensen die niet met de computer om kunnen gaan, mensen die geen internet hebben, kunnen zich moeilijk tot instanties wenden die grotendeels gebaseerd zijn op dit soort toegang. Daarnaast; de begrijpelijkheid van de gegeven informatie via het net is ook niet optimaal. Het aardige van menselijk contact is dat wanneer je iets probeert duidelijk te maken en het lukt niet, dan kun je dat op een andere manier ook proberen. Zo’n digitaal kastje heeft de mogelijkheid van de signalering van discommunicatie niet.
Terug naar Rotterdam: mijn aangifte verloopt, zoals ik al had kunnen bevroeden, niet geheel vlekkeloos. Mijn portemonnee is gestolen, op straat, en daarbij heb ik een blauw oog opgelopen. Het eerste wat ik doen moet is een hele handleiding doorlezen van hoe aangifte doen via internet werkt, daarna moet alle juridische voorwaarden doorwroeten, en dan pas kan ik aangifte doen. Ook moet ik weten dat het jatten van mijn portefeuille zakkenrollerij was, gelukkig snap ik dat. Het feit dat er geweld is gebruikt noopt mij tot een nieuwe afweging. Of ik ga morgen een paar uur zitten wachten in de wachtkamer van de politie, of ik verzwijg de pijnlijke klap op mijn gezicht.
De overheid wordt niet toegankelijker door deze zogenaamde vermindering van de bureaucratie, tenzij de waarheid geweld wordt aangedaan.
3 december 2003 - OverDWARS