Jongeren moeten meer invloed op de politiek krijgen, volwassenen moeten minder invloed op jongeren gebruiken
Als politieke jongerenorganisaties heb je (soms) politieke invloed. Zo is het Paars ontstaan na het Des Indes akkoord tussen de JOVD, JS en JD, is het gedoogdebat aangezwengeld door de jongerenoranisaties van links tot rechts, en komt het Paprika-akkoord straks na 15 mei wellicht van pas in de formatie van het nieuwe kabinet. Veelal worden partijstandpunten door de jongerenorganisatie ter discussie gesteld; DWARS deed dat met Schiphol en met Afghanistan met succes. Het nut van een kritische en onafhankelijke pjo blijkt steeds opnieuw.
Het andere voordeel van politieke jongerenorganisaties is dat ze jongeren een stem geven in het anders zo grijze politieke spectrum. Jongeren hebben een creatieve, kritische houding, maar weten deze door verschillende redenen niet in de praktische politiek neer te leggen. Enerzijds omdat ze daar geen ervaring in hebben, anderzijds omdat ze geen stemrecht hebben. Het zou de politiek sieren jongeren als meer volwaardige partner te zien en ze als toekomstige generatie serieus te nemen.
Mijn pleidooi voor stemrecht vanaf je nulde, omdat ik vind dat iedereen die van voorzieningen in de collectieve sector gebruik maakt er ook invloed op moet kunnen hebben, is dit pleidooi in extremo.
Het vervelende begint wanneer jongeren voor het karretje van de volwassen politiek wordt gespannen; het pleidooi dat jongeren te kneedbaar zijn, te impulsief en te weinig nagedacht hebben oer de consequenties van hun ideeen, wordt te pas en te onpas gebruikt om jongeren weinig invloed te geven, maar dat verschijnsel wordt net zo hard gebruikt om het doel van de politicus, of de belangenorganisatie, te bereiken. Impulsiviteit van de jongere kan immers gebruikt worden voor het bereiken van de eigen doelstelling; gebruik maken van jongeren als politiek machtsmiddel is vaak machevelliaans; het doel heiligt de middelen, er is geen verantwoording nodig, en hoewel ethisch verwerpelijk, wordt het veel gebruikt.
Twee voorbeelden: Marcel van Dam moest in samenspraak met Joodse jongeren een oplossing gaan verzinnen voor het Palestijns-Israelisch conflict; hij speelde de truc op een gewiekste manier, waardoor hij het doel, Israel verdrijven uit de Palestijnse gebieden, bereikte. De jongeren waren er in getrapt, en hadden, zonder dat ze het wisten, verloren. Terwijl zij wel degenen waren die verantwoording moesten afleggen bleef Van Dam buiten schot.
Een ander voorbeeld is dichter bij huis; een vermeend ETAactivist wordt in Nederland opgepakt, om vervolgens te worden uitgeleverd aan Spanje. Wanneer dat verzoek in behandeling wordt genomen door justitie, ontstaat er een tegenbeweging welke probeert de uitlevering tegen te houden. Jongerenorganisaties worden benaderd om deze 'linkse anarchistische en vredelievende' jongen te steunen in zijn strijd tegen uitlevering. Politieke invloed wordt gevraagd, de consequentie worden niet overzien.
Als politieke jongerenorganisatie zit je nog net een stukje meer in dat schuitje; je hebt macht, dus dat wordt door anderen, hoe dan ook, uitgebuit. Je ziet het bij kandidaatstellingen op congressen, je ziet het wanneer mensen het oneens zijn met standpunten van de partij; ze bellen dan snel naar de jongerenorganisatie, want die kan er wellicht wat aan doen.
Hoe is dit machtsvacuum te vatten; wat is wenselijk? Voor degenen die zijn doel bereikt via de pjo is het gebruik van jonge-naiviteit wenselijk. Voor de invloed van jongeren op de politiek is dat echter niet zo; wenselijk is dan dat jongeren hun eigen ideeen kunnen spuien op de partij en de politiek. Ik ben er dus voor dat jongeren meer invloed krijgen over de volwassenen, en volwassenen wat minder