Jelmer's Infostek

artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis

beginpagina   uberhaupt   uitentuis.nl   links   jelmer  

Maatschappelijke stage is veel praktischer dan sociale dienstplicht. En jongeren zijn er ook gemotiveerd voor!

ingekort gepubliceerd in Trouw, 1 augustus 2003

'Zo'n maatschappelijke stage in het onderwijs is helemaal niks. Voor individuele jongeren is het misschien leuk, maar het heeft geen enkel maatschappelijk nut.' Aldus Oud CDA kamerlid T de Kok. In Trouw van 26 juli pleitten verschillende mensen voor het laten vallen van het experiment rond de maatschappelijke stage, en over te gaan tot het invoeren van een sociale dienstplicht. Dat is verkeerd en gaat uit van verkeerde veronderstellingen, zeggen Jelmer Uitentuis en Gonca Kurum.

De maatschappelijke stage die door de minister van Onderwijs wordt onderzocht, zoals op 26 juli in Trouw vermeld, is inderdaad niet erg pretentieus. Dit komt omdat de doelstellingen van de maatschappelijke stage weinig geexpliciteerd zijn. Alleen in het Normen en Waarden debat komt de maatschappelijke stage naar voren. Toch zijn er een tweetal doelen te onderscheiden: allereerst een pedagogisch doel in het bevorderen van actief burgerschap; betrokkenheid bij de leefomgeving en de maatschappij. Daarnaast kan het een doel hebben de jongere te interesseren in vrijwilligerswerk, dan wel de keuze te vergemakkelijken voor de vervolgopleiding. Deze doelen zijn dus enerzijds gericht op de maatschappij, anderzijds op de jongeren. Deze doelen overlappen elkaar gedeeltelijk, en hebben beide maatschappelijk nut.

Toch zijn dit niet de belangrijkste motivaties van jongeren om aan deze vorm van vrijwilligerswerk te gaan doen; zij geven vooral aan dat voldoening, waardering en gezelligheid de belangrijkste redenen zijn mee te doen.

Jongeren in het Nationaal Jeugddebat pleitten in 2002 voor het invoeren van een maatschappelijke stage; zij gaven aan dat zij graag de mogelijkheid voor het doen van zo'n stage geboden zouden willen krijgen. Officieel is deze mogelijkheid er al; scholen hebben de vrijheid dit aan te bieden, maar het komt nauwelijks van de grond.

Dit heeft te maken met een drietal factoren; allereerst vinden scholen het moeilijk om deze stage op te zetten. Dit komt door de geringe capaciteit voor goede begeleiding, een nauwelijks ontwikkelde standaard voor toetsing van de doorlopen stage en te weinig contact en initiatieven door scholen en organisaties om samen te werken op het gebied van vrijwilligerswerk.

Ten tweede moet de maatschappelijke stage binnen de school als nuttig worden ervaren; de algemeen geldende opinie binnen de school moet positief zijn. Een dergelijk initiatief kan slechts ondersteund worden met de compassie voor de doelen van de stage, en de motivatie die jongeren hebben om er aan mee te doen. Kortom; de maatschappelijke stage moet binnen het ideologisch en pedagogisch kader van de school passen.

Ten derde; de leerlingen kennen de mogelijkheid tot het doen van een maatschappelijk stage niet. Het is in de huidige uitvoering dan ook slechts een beperkte mogelijkheid, waartoe de leerling vaak zelf het initiatief moet nemen en die niet in het curriculum kan worden gepast, maar er naast moet worden ondernomen. De leerling kiest in dat geval altijd voor een betaald baantje, of een vrijwilligersjob zonder verantwoordingsverplichting richting de school.

Een beter uitgewerkte maatschappelijke stage biedt de mogelijkheid juist deze knelpunten weg te werken; daartoe moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Het opbouwen van een kennis of expertiseplek dat de do's en don'ts van de maatschappelijke stage in kaart brengt en uitdraagt. Een beter koppeling en samenwerking tussen scholen en vrijwilligersorganisaties; het verbeteren van de infrastructuur voor het doen van de maatschappelijke stage. Maar ook dienen scholen verplicht te worden een maatschappelijke stage aan te bieden, dit niet als aanvulling op het curriculum, maar juist als keuzemogelijkheid. In plaats van een theoretische module kan dan een praktische module gevolgd worden in de vorm van deze stage. Als laatste moet iedere leerling gestimuleerd worden zo'n maatschappelijke stage te volgen; dit betekent dat er een uitgebreide jaarlijkse stimuleringscampagne moet komen om jongeren te attenderen op de mogelijkheid, en ook aan te geven dat het gewoon leuk en nuttig is om een maatschappelijke stage te volgen. Hieraan moet worden voldaan alvorens een maatschappelijke stage ook werkelijk voor alle leerlingen een succes worden.

De vrijwilligheid van de stage blijft dus buiten kijf, de enige verplichting ligt bij de scholen die volgens ons deze mogelijkheid moeten stimuleren. Ook wordt, doordat het niet een extra taak is, de maatschappelijke stage niet een werkdrukvergroting voor de jongeren. Het wordt een mogelijkheid om zich te ontwikkelen op de manier zoals zij willen; theoretisch in het klaslokaal, of praktisch in een maatschappelijke organisatie. Daardoor verplicht je jongeren weldegelijk een keuze te maken.

De sociale dienstplicht waarover Hautvast, de Kok, Huseman en Marlet enthousiast zijn, is een beperking van de vrijheid van jongeren om zich te ontwikkelen zoals zij voorstaan. Dat werkt averechts; de motivatie om zo'n verplicht dienstjaar aan te gaan is miniem, en past niet in de huidige trend voor het individueel opzetten van de eigen ontwikkelingscarriere.

De eerder genoemde problematieken rond het invoeren van de maatschappelijke stage gelden hierbij ook; het moet binnen de maatschappelijke ideologie passen, maar ook moet er op toegezien worden; kortom, er moeten nieuwe instituties opgericht worden welke gaan toezien op de uitvoerig van deze sociale dienstplicht. Omdat de schaal waarop de ideologische acceptatie van de sociale dienstplicht plaats moet vinden veel groter is dan de decentraal georganiseerde scholen, is het risico van een te beperkt draagvlak te groot. Het organiseren van het draagvlak voor de maatschappelijke stage is praktisch gemakkelijker te realiseren dan van een verplichte sociale dienstplicht.

Het ontbreken van de motivatie om er aan mee te werken zal het fundament onder de sociale dienstplicht wegnemen. De sociale dienstplicht heeft ook tot gevolg dat er verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. De maatschappelijke stage genereert echter slechts banen, omdat begeleiding van deze stage veel tijd vergt.

De redeneringen voor het invoeren van de sociale dienstplicht en de invoering van de is een negatieve; Aart Mosterd zegt dat jongeren maar eens moeten merken dat er meer is dan hun eigen wereldje, en dat zij moeten merken welke normen en waarden van belang zijn. Vanuit deze redenering zal geen enkele jongere bereid zijn welke maatschappelijke stage dan ook te volgen. Het feit dat bijna de helft van de jongeren reeds aan een of meerdere soorten vrijwilligerswerk doet wordt buiten beschouwing gelaten, ook wordt er geen rekening gehouden met de motivaties die jongeren hebben zich in te zetten voor hun sportvereniging, een culturele instelling of een jongerencentrum.

De keuze voor maatschappelijke stage, dan wel sociale dienstplicht lijkt door de eerder genoemde critici van de maatschappelijke stage ingegeven door een gebrek aan vrijwilligers, of het zoeken naar goedkope semi-werknemers die de vergrijzing op zouden kunnen vangen. Wil de maatschappelijke stage of het sociale dienstjaar echter succesvol zijn, dan moet het tegemoet komen aan en passen in de leefwereld van jongeren en bijdragen aan hun ontwikkeling en als laatste voldoening, waardering en gezelligheid bieden.

Zestig procent van de jongeren in Nederland zou een maatschappelijke stage volgen als die aangeboden wordt op de manier zoals deze door ons wordt voorgesteld. Uiteindelijk moeten die jongeren het doen, dus hun draagvlak is essentieel. Reden voor de Jeugdraad om te pleiten voor de invoering van deze maatschappelijke stage, en deze te gaan stimuleren. Reden ook voor de Jeugdraad om jongeren te vragen hoe zij deze maatschappelijke stage zouden willen zien, en hoe zij deze (hebben) ervaren. Jongeren leren er van, en staan daardoor beter en steviger in de maatschappij. Ze leren meedoen, erover na te denken, en voor zichzelf keuzes te maken. Dit heeft zijn positieve weerslag op alle generaties in de gehele samenleving. Het voorgestelde alternatief; de sociale dienstplicht steekt daar slechts schraal tegen af, en is praktisch veel moeilijker te realiseren.

augustus 2003 - Trouw