Wantrouwen, zwart-wit tegenstellingen en persoonlijke politiek vragen om een antwoord
De erfenis van Pim Fortuyn in politieke zin moet nog blijken, niet alleen op 15 mei, maar ook daarna. Met zijn stormachtige opkomst in de politiek, en de overtuiging dat deze rebelse ex-professor een politieke machtsfactor van betekenis zou gaan vormen na de tweede kamerverkiezingen, was hij binnengedrongen in de gevestigde politiek. Langzaam maar zeker, met enige terughoudendheid, werd de scherpe debater uit Rotterdam, opgenomen in het democratische establishment. De politicus werd, voor hij zichzelf aan het land kon bewijzen, vermoord.
Triest voor de politiek en het politieke debat, onverstandig omdat het de democratische rechtsorde op zijn fundamenten doet wankelen en niet goed te praten omdat moord niet mag. Iedereen is het er over eens dat de dader moet worden gepakt en gestraft. De verdachte die is opgepakt lijkt de papieren tegen zich te hebben, de bewijzen zullen in de rechtbank moeten voorliggen. Laat het recht zijn werk doen, daar is de rechtsstaat voor.
Dat de publieke verontwaardiging over de moord om een antwoord vraagt is overduidelijk. De publieke persoon Fortuyn is doodgeschoten. Naar het er nu naar uitziet om zijn politieke opvattingen; de idee in de samenleving, de media, zijn er helder over: Hij werd vermoord omdat hij zei wat hij dacht, 'wat wij dachten.'
Complotten vanuit links-extremistische kringen worden verondersteld. Linkse politici worden aan de publieke schandpaal genageld; zij zouden hebben gezorgd voor demonisering. Een onbegrijpelijke ontwikkeling; Fortuyn liet zich niet in een hoek drukken, was op een politieke links-rechts schaal bijna ongrijpbaar. Een pleitbezorger van nutsbedrijven van de overheid (links), van een generaal pardon voor illegalen (links), maar ook van keiharde repressie in het strafrecht (rechts) en de grenzen dicht voor immigranten (rechts). Het migratiedebat heeft de persoon Fortuyn, zijn partij en zijn programma volledig overheerst.
Het is niet verbazingwekkend dat deze standpunten werden geplaatst in een rechts kader; afschaffen van Artikel 1 van de Grondwet, zoals hij bepleitte op 9 februari in de Volkskrant, zou een aantasting zijn van de gelijke rechtsbescherming van mensen, een standpunt dat zondermeer kan worden geplaatst in het (extreem)rechtse gedachtegoed
De meer linkse standpunten, de standpunten over directere vormen van democratie, waren dan ook veel minder controversieel dan op de rechtsere thema's De gevestigde linkse politiek had daar veel minder moeite mee. D66, SP en PvdA dachten met de komst van Fortuyn bijvoorbeeld de mogelijkheid de idealen van een meer open en directere politiek te kunnen bewerkstelligen. De rechtsere partijen, CDA en VVD en klein christelijk, ChristenUnie en SGP, hebben veranderingen op dit gebied altijd tegengehouden.
Maar de complottheorieën zijn te voorbarig; een politiek statement over de moord is door de dader nog niet gegeven. De vraag 'waarom' blijft ons wellicht tot in eeuwigheid verschuldigd. Zou het zijn om programmatische punten, of zou de dader de persoon Fortuyn als gevaar voor de democratie hebben gezien? Waren er meerdere daders, of was het een eenmansactie? Het blijft gissen; zelfs nu we weten dat de huidige verdachte een links georiënteerd persoon is, actief en werkend voor een milieuorganisatie.
Het is nu de taak van de politiek, de regering en in het bijzonder de Lijst Pim Fortuyn, mensen in het land deze persoonsbeschrijving niet als generiek te verklaren. Een oproep tot kalmte blijft noodzakelijk. In de gerechtelijke procedure moet het werkelijke motief van de daad duidelijk worden. De politiek heeft als taak de democratische rechtsorde te bewaken en te beschermen, maar kan dat niet zonder de hulp en inzet van alle mensen in het land.
Niet democratisch gedrag, ofwel crimineel gedrag, is inherent aan menselijk handelen, ook aan sociaal handelen en dus ook van iedere politieke stroming. Dat betekent dat in alle politiek getinte groeperingen, of ze nu links, rechts, midden, klein of groot zijn, ondemocratisch handelen op de loer ligt. Moord en andere vormen van fysiek geweld zijn hier de uitersten van. Daarmee kan dit handelen op elementen worden geduid, maar niet worden goedgepraat.
Maar wat is de politieke les die we kunnen trekken na Fortuyn? Wat is zijn nalatenschap? Het zijn er een aantal, met een behoorlijk diverse achtergrond en met verschillende voordelige en nadelige consequenties. Ik doe in de laatste paragraaf een voorstel dat enkele van de negatieve consequenties kan pareren. Allereerst start ik met de analyse van de stormachtige entree van een politieke rebel, en zijn positie in de politieke arena, de media en de samenleving.
Leefbaar Nederland
Toen Fortuyn zich aandiende als nieuwe minister-president van Nederland, en de flirt begon met Leefbaar Nederland, werd de partij plotsklaps een factor van betekenis. Kon de nationale variant van regionale partijen van tevoren rekenen op minimale steun, met Fortuyn stegen de verwachtingen. Het politieke programma was duidelijk: Leefbaar Nederland had een kort program vastgesteld, waarin het meest controversiële politieke standpunt van de ex-professor onschadelijk was gemaakt. Door het schappelijke programma en de groeiende aanhang, werd Leefbaar Nederland een steeds serieuzere factor bij eventuele formaties.
Binnen Leefbaar Nederland werd verheugd gereageerd over de voorspelde electorale winst, maar terughoudend en sceptisch op de persoon Fortuyn. Zijn solistische optreden begon op te vallen en moest in de partijdemocratie van de nieuwe partij worden beteugeld. Het imago van de lijsttrekker en de verhouding met de schrijvende pers moest worden verbeterd, en de Volkskrant wilde Fortuyn die kans gunnen. Die kans greep Fortuyn aan om zijn gal te spuwen over de islam, artikel 1 van de Grondwet en de Europese Unie. De breuk tussen de partij en de lijsttrekker was onafwendbaar.
Pim Fortuyn kondigde aan dat hij de politiek in zou gaan, ondanks deze tegenslag. Zijn politieke programma was na zijn breuk met Leefbaar Nederland bijna volledig onduidelijk; het enige dat de mensen van Fortuyn wisten was zijn standpunt over immigratie en de islam. Fortuyn kondigde het boek, de Puinhopen van Acht jaar Paars, aan, hierin zou zijn programma gevat zijn.
Het standpunt 'Tegen de islamisering van onze cultuur', was voordat het boek 'de Puinhopen van Acht jaar Paars' verscheen, eigenlijk het enige waarop de gevestigde politiek de politicus in spe op konden afrekenen. De ex-professor bleek echter een meester in kritiek pareren, de slachtofferrol opzoeken, maar ook in het debat. Na het interview in de Volkskrant werd dit standpunt nogmaals bevestigd. Daarmee was Fortuyns enige programmapunt tot eind maart het migratiestandpunt, zodoende bleef dat standpunt de gehele discussie overheersen.
De verkiezingen op 6 maart werden glansrijk gewonnen door de expressieve lijsttrekker van het nieuwe Leefbaar Rotterdam. In overwinningsroes vertrok Fortuyn naar Amersfoort om daar met de overige landelijke lijsttrekkers in debat te gaan. Dat debat was van 'een macabere schoonheid', zoals Hans Wiegel in Buitenhof zei. Fortuyn waste alle lijsttrekkers en Paul Witteman de oren met een keiharde en scherpe debatingtechniek. Terwijl het ging over de lijsttrekkers die nog nooit een boek hadden geschreven, vroeg Dijkstal zich af waarom ze eigenlijk discussieerden Fortuyn had zijn programma nog niet bekend gemaakt, en het debat moest volgens de VVD leider over de inhoud gaan. Hij stapte dan ook als eerste op.
CDA en VVD kwamen er in Rotterdam achter dat Leefbaar Rotterdam een groot deel van hun verkiezingsprogramma zou willen uitvoeren. Fortuyn legde slechts een veto op; hij had geen zin 'an' de PvdA. Het collegeakkoord van Rotterdam kwam snel tot stand, mede door toedoen van een, bij nader inzien, uiterst plooibare lijst. De manier waarop de ex-professor zijn eigen programma aanpaste aan de actuele stand van zaken, leek zondermeer te worden geslikt.
Datzelfde gold voor zijn boek; 'de Puinhopen van Acht jaar Paars.' Hierin legde hij een nostalgisch beeld van Nederland neer, maar ook met volop gebruik van nieuwe technologieën Standpunten varieerden van links naar rechts. Het boek is een bonte verzameling opinies van de straat, niet altijd even concreet in de uitwerking. Het boek wordt als programma overgenomen door zijn lijst, de Lijst Pim Fortuyn. In de loop van de campagne verschijnen echter steeds nieuwe programmapunten die volledig in tegenstelling zijn met de eerdere toezeggingen uit het boek: zo wordt het oude WAO standpunt vervangen door; 'we gaan eerst kijken of het voorstel van de SER werkt.' Gaat Fortuyn nog tekeer tegen illegalen in zijn boek, voor de verkiezingen pleit hij voor een generaal pardon. Hij wordt daarmee steeds ongrijpbaarder, maar de flexibiliteit die hij tentoonspreidt slaat aan bij de kiezer.
De kenmerken van de politiek van Fortuyn; wat deed hij, en wat is zijn erfenis?
Op 6 mei wordt hij vermoord. Gevolg: beschuldigingen over en weer, een uitermate onstabiele partij, de schuld aan Links, een smaad en haatcampagne tegen de PvdA, GroenLinks en anderen volgden. De media en de Linkse partijen zouden het gedaan hebben, of zijn, zoals Langedam, tijdelijk voorzitter van de Lijst Pim Fortuyn, medeverantwoordelijk. Advocaten van Fortuyn: Spong en Hammerstein klagen media en politici aan. Maar wat ging er fout bij Fortuyn zelf? Wat is de politieke erfenis die hij achterlaat? Er zijn drie aspecten die door en door verbonden zijn met de politiek van Fortuyn die veel directer aanleiding tot kritiek kunnen vormen, die tot in de vezels een gevaar vormen voor de democratische stabiliteit. Deze drie aspecten zijn met elkaar verweven: de verpersoonlijking van de politiek, het breken van het broze vertrouwen in de actoren in de maatschappij, met name de overheid en de politiek, en een consequente volharding in zwart-wit tegenstellingen.
Daarnaast ligt de erfenis in zeer positieve ontwikkelingen; eindelijk viel er weer te debatteren, eindelijk was politiek weer bespreekbaar op straat, en eindelijk was er een debater die in een zin zijn stelling kon en durfde neer te zetten. De politiek werd wakkergeschut door een debatterend fenomeen; was dat zijn eigen sterkte, voor de maatschappij zal dat zijn zwakte blijken te zijn. Over Fortuyn kun je nauwelijks zeggen: Over de doden niets dan goeds? De schade die hij heeft aangericht door politieke tegenstellingen te verscherpen, maar daarbij ook persoonlijk te maken, zijn funest voor een democratische samenleving en voor het openbaar bestuur.
Na de breuk met Leefbaar Nederland zette Pim Fortuyn zijn eigen persoonlijke partij op; de Lijst Pim Fortuyn. Voorzitter en lijsttrekker was de charismatische stropdassen expert. Het programma van de lijst kwam van eigen hand; het boek, Fortuyns persoonlijke memoires van acht jaar paars, was een bestseller. Maar aan alle kanten was duidelijk dat de persoon Fortuyn geen centimeter distantie van deze politieke beweging kon bewaren. Tekenend was zijn verweer op kritiek: 'Meneer zegt dat, maar ik weet dat hij dat doet juist omdat hij mij haat.'
Persoonlijk
Binnen Leefbaar Nederland was het Fortuyn niet gelukt zijn persoonlijke programma ten uitvoer te brengen. Omgaan met een partij, een achterban, was ervoor de lijsttrekker niet bij. Zijn standpunt over het schrappen van Artikel 1 in de Grondwet, en er komt geen islamiet meer in, was in tegenspraak met het programma van de partij. Via de media probeerde hij de nieuwe partij zijn standpunt op te leggen, maar omdat dat niet lukte ging hij zijn eigen programma uitdragen op zijn eigen lijst.
Het tekent de maatschappelijke ontwikkeling; tirades tegen de toegenomen en alom verstikkende bureaucratie was een van Fortuyns handelsmerken. Die manier van overheidshandelen is dan niet populair, het heeft over het algemeen wel een beschermend effect voor het rechtvaardigheidsgevoel. Bureaucratie wordt ontwikkeld om recht te doen aan iedereen, iedereen gelijke kansen te bieden. Het wordt verstikkend op het moment dat de maatschappij echt complex wordt, en ook de prioriteitstelling meer in elkaar grijpt. Dan kan bureaucratie tegen de mensen werken; wie de bureaucratie niet kan doorgronden, zal niet rechtvaardig worden behandeld.
Maar dat is wel een andere ontwikkeling dan het verwende standpunt waar Fortuyn zijn kritiek op de bureaucratie van vandaan haalde. Hij vond dat de overheid hem te veel tegenwerkte. Hij wist het goed te verkopen: de burger heeft last van de overheid, en geen profijt. Het tekent het individualisme in de maatschappij. Mensen hebben volkomen lak aan collectieve afspraken; dat wil zeggen: van de overheid wordt verwacht dat ze helpen op het moment dat de burger daar om vraagt, maar ook dat de burger hen zelf geen strobreed in de weg legt. Dit 'Veronica Liberalisme' uit zich volledig in de 'I want it all, and I want it now'- cultuur.
Wanneer de burger verwacht dat hij op zijn wenken wordt bediend ontstaat er al gauw een gevoel van onvrede wanneer de rechtmatigheid dan wel de rechtvaardigheid in twijfel wordt getrokken. De burger betrekt het handelen van de overheid in hoge mate op zichzelf: ze doen dit mij aan! Terwijl de buurman, de allochtoon en de rijke yup, dezelfde toetsen moeten ondergaan alvorens hun verzoek kan worden gehonoreerd. De persoonlijke plaats die Fortuyn zichzelf in de politiek verschafte, was uitermate kwetsbaar, zijn hele politieke visie daardoor ook, maar sloot wel goed aan bij het idee dat veel van de kiezers over het overheidshandelen hebben.
Wantrouwen
Deze verwachtingen van de overheid en de politiek, monden uit in een wantrouwen jegens de gevestigde orde. Die visie wist Fortuyn uit te buiten, te versterken. Dat deze veronderstellingen niet altijd gestoeld waren op de werkelijkheid (hoeveel buitenlanders wonen er eigenlijk in Nederland, en hoeveel daarvan respecteren vrouwen niet?), en ook niet gepaard gingen met werkende oplossingen voor de problemen, deed niet ter zaken. Vaak gebrekkige analyse gevolgd door een tirade op de gevestigde orde, deed het wantrouwen in de samenleving groeien.
In het debat dat Arnold Heertje met Fortuyn aanging begon de econoom uit Amsterdam met het statement dat de heer Fortuyn de mensen geen perspectief bood. Dit was de vinger op de zere plek, maar deze aanval werd gepareerd. Fortuyn liet ook in dit debat het gegroeide wantrouwen jegens overheid en politiek zegevieren.
Is de burger dan zo wantrouwend tegenover de politiek? Kan het zijn dat de burger verwend is, of te veel te maken krijgt met een overheid, waardoor deze de makken van de overheid, de logge bureaucratie, ondervindt. Is de overheid te betuttelend, te dwingend, of weet de burger te veel? Het antwoord is een combinatie van dezen.
De burger is immers mondiger, maar niet altijd in staat tegen het overweldigende apparaat van de overheid te kunnen opereren. Daardoor lijkt bij het minste of geringste of de burger niet gehoord, dat de burger zijn zin niet krijgt, en hij weet ook niet waar hij zijn beklag kan doen. De burger is voor de participatieoverheid wellicht nog niet mondig genoeg.
Of ligt dat wantrouwen wellicht in de te groffe generalisering waarvan mensen zich bedienen? Een aangifte van een fietsendiefstal wordt nauwelijks serieus genomen, de politie zal dus de gehele criminaliteit wel achterwege laten. Of de buurtallochtoon blijkt van shoarma te houden, dan zullen alle allochtonen wel van shoarma houden. Wanneer de overheid daar op afgerekend wordt, dan is het eind nog niet in zicht. Mijn buurman is niet goed geholpen in het ziekenhuis; iedereen wordt niet goed geholpen…
Het begint bij het calculerend burgerschap, welke steeds dieper in de samenleving is geworteld. Deze heeft zich in de laatste jaren steeds meer gevormd naar dat Veronica-liberalistisch uitgangspunt. Je wilt wat, daarbij is de overheid vooral tot last, maar op het moment dat het misgaat is de overheid verantwoordelijk.
Het vertrouwen dat men in de overheid heeft is dus niet meer een collectief vertrouwen, maar meer een individueel vertrouwen. De overheid beschermt, terwijl het individu zijn eigen leven kan leiden. Dat een overheid die mentaliteit weigert, is te begrijpen, maar funest voor het vertrouwen dat mensen in de overheid hebben. De kans dat de trend van wantrouwen, extra aangezet en aangewakkerd door de ex-professor uit Rotterdam, doorzet is groot. Dan zullen burgers zich massaler negatief over de politiek en de overheid uitlaten. De politiek zal hier een antwoord op moeten verzinnen, samen met die burgers, die hen weer het vertrouwen en het perspectief brengt. Want zonder perspectief is het vertrouwen volledig zoek.
Het gat van wantrouwen dat Pim Fortuyn heeft geslagen is zelfs hem fataler geworden dan we konden vermoeden; maar het kan na de verkiezingen nog meer schade aanrichten aan de maatschappelijke verhoudingen, het primaat van de politiek in de complexe postmoderne en poststructurele maatschappij.
De schade is nog erger bij mensen onderling; want inmiddels is door het algemeen verklaren van verschillende te groffe ad-hoc generalisaties, het vertrouwen tussen autochtonen en allochtonen met de islam als religie tot een minimum gedaald. Na de aanslagen van 11 september lag de voedingsbodem van the clash of civilisations open. We kunnen niet ontkennen dat de angst voor gewelddadige fundamentalistische daden ook in Nederland is doorgedrongen. Het verdient een open dialoog en een open debat, omdat alleen daarmee mensen elkaar leren kennen, en elkaars standpunten en visies leren kennen.
Het wantrouwen tussen mensen onderling manifesteert zich bijvoorbeeld op straat. De helpende hand van een jongere is niet meer gewenst wanneer de oudere vrouw over wil steken, want immers, dat kan alleen maar een zakkenroller zijn. Ook in een winkel; mensen die lopen te dralen door het warenhuis kunnen niet anders dan dieven zijn.
Het is niet gek dat dit wantrouwen sinds de opkomst van Pim Fortuyn zich steeds meer openbaart. Nog erger is dat er politiek draagvlak voor gekomen is. Politiek bestuurlijk is er weinig aan te doen, behalve de mensen ervan te overtuigen dat de mens van nature goede bedoelingen heeft. Dat is vechten tegen een negatieve bierkaai; mensen zijn er juist van overtuigd dat op iedere straathoek, in ieder kantoor iemand zit om de gewone man lichter te maken.
Tegenstellingen; zwart-wit, polarisatie
De gefingeerde polarisatie die Fortuyn teweegbracht had veel van een hype. De hetze tegen de Linkse Kerk waarin hij niet was erkend als begenadigt politicus. Wellicht was de kwelling, de onderwaardering van zijn populistische talent en zijn inschattingsvermogen van publieke onvrede, door de voorheen aangehangen PvdA debet aan zijn sterke wil tot polarisatie. Zwart-wit tegenstellingen, de wereld zien in ongenuanceerde, niet-complexe goed-fout relaties maakte zijn optreden verfrissend, maar wakkerde eveneens het wantrouwen aan.
Wanneer duidelijkheid wordt gevraagd van de zittende politici, het establishment, dan zijn antwoorden onduidelijk. Politici zeggen geen ja, en geen nee, maar nuanceren. Dit heeft te maken met de coalitiedemocratie, niet zoals sommige mensen beweren met het tekort aan dualisme. Het summum van coalitiedemocratie was Paars, die de tegenstelling tussen sociaal-democratie en conservatiefliberalisme in zich verenigde.
Uitgangspunt van het oorspronkelijke Paars was een meer liberaal ethisch programma; afschaffen van het bordeelverbod, legaliseren van euthanasie enzovoort. Paars verschoot echter in een economische programma; prioriteit aan werkwerkwerk, en ten opzichte van de mondige burgers niet adequaat optredend. Tegenstellingen werden bedekt en gepareerd, zodoende was er weinig ruimte voor discussie. Daarnaast werd vergeten dat de maatschappelijke onrust zich na 11 september van Nederland meester maakte; de economische toestand, het consumenten vertrouwen, het vertrouwen van burgers in de overheidsfaciliteiten verdwenen als sneeuw voor de zon.
De wij-zij tegenstelling die werd gevonden was Paars tegen de rest. Maar de zwart-wit tegenstellingen werden duidelijker en de polarisatie tussen links en rechts, tussen allochtoon en autochtoon, tussen werkend en niet-werkend verscherpten. De maatschappelijke onrust kreeg een stem in de vorm van Fortuyn. Zijn persoonlijke wantrouwen tegenover overheidsinstituties en individuele burgers bleek bij meer mensen te leven; mensen in de bijstand konden zich niets veroorloven, dat was verdacht. En zo staat het boek van Fortuyn vol met wantrouwen.
Mensen hadden de perceptie niets te mogen zeggen, Fortuyn nam deze ideeën over. In de politiek wordt niet wat gedacht wordt op straat, dit bevestigt dat de politiek niet meer 'van de burger is' en daarmee versterkt het het wantrouwen. De tegenstelling die de ex-professor met succes poneerde was dat de standpunten van de straat door de politiek, en met name de Linkse Kerk, moreel verwerpelijk werden gemaakt. En dat daardoor de burger als minderwaardig werd beschouwd. Het was: de politiek en de overheid tegen de burgers. Fortuyn liet het na zijn beweringen te toetsen op feitelijkheden, waardoor de debatten al snel moreel in plaats van inhoudelijk werd. Waar het in het politieke debat moet gaan over wat er werkelijk gebeurd, ging het bij de ex-professor meer om de tegenstelling te creëren tussen meningen, en tussen de politiek en de mensen op straat. Het publieke wantrouwen tussen mensen te versterken was een van de strategieën van Fortuyn om de kiezer aan zich te binden.
Fortuyn bleek aanhanger te zijn van the clash of civilisations, de uitvoering ervan wel te verstaan. Zijn provocerende stellingen over de islam, het is een achterlijke cultuur, maakte het integratiedebat vertroebeld, en maakte de tegenstelling scherper. Zijn woede tegen de overige partijen richtte zich met name op de linkse; GroenLinks en de PvdA. Hij creëerde daarmee zelf de Links-Rechts tegenstelling, die hij steeds bleef ontkennen. De Wij-Zij polarisatie werd te groot; de samenleving leek aan de vooravond van de verkiezingen gesplitst te zijn in links en rechts, in ja's en nee's. Voor de verkiezingen leek Fortuyn Nederland in zijn eentje te hebben voorbereid op een tweepartijenstelsel. Met als uitgangspunt; vermorzeling van minderheden, en een tegenstelling tussen goed en fout.
Conclusie
De conclusie is wel dat alle ontwikkelingen zijn geconcentreerd op een persoon; Pim Fortuyn. De consequenties van deze verpersoonlijking van de politiek kennen we inmiddels, de kans dat mensen personen als representant zien van een bepaalde politieke visie wordt steeds groter. Bij het zien van de ex-professor is immers de identificatie met zijn standpunten groot. Maar het waren zijn eigen standpunten; niet die van een brede achterban. Fortuyn had zijn politieke carrière zo gepland dat zijn eigen politieke programma zou worden uitgevoerd, niet dat van meerdere mensen. Zijn persoonlijke voorkeuren waren doorslaggevend.
Dat maakte zijn persoon omstreden, niet zijn politieke programma. Het politieke programma van de heer Fortuyn was Fortuyn zelf; niet zijn boek, niet zijn talloze columns, niet zijn visie op de islam. Hij was de representant van zichzelf; de persoonlijkheid stond veel meer centraal dan de politieke visie van een brede maatschappelijke beweging.
Dat heeft geleid tot opmerkelijke taferelen; de begrafenis van de ex-professor was een theatershow, afscheid van de blanke leider, zoals een Rotterdammer het verwoorde. Korte soundbites, Jip-en-Janneke-taal. De verkoop van het boek van Fortuyn was gigantisch. Mensen wisten van Pimmetje alles; Zijn seksleven, hoe zijn hondjes heetten, wat voor auto hij reed, hoe zijn chauffeur heette, wat voor kunst hij aan de muur had hangen, hoe zijn vakantiehuisje er uit zag. Als politicus kwam hij niet graag bij de mensen thuis, maar ze mochten wel bij hem komen.
Een mythe was echter pas gevormd toen Fortuyn was neergeschoten; toen bleek zijn persoonlijkheid een pop-artiest te zijn geweest, een verpersoonlijking van, ja wat eigenlijk? Politieke onvrede? Of hij zei wat wij dachten? Hij was zelf, de simplificatie van de politiek, de ongenuanceerde houding. Hij dacht niet in compromissen, in onmogelijkheden. Hij dacht in Jihad versus McWorld, en zei dat ook.
Toch is het probleem Fortuyn en het problematische Fortuynisme niet gepareerd. Want verpersoonlijking van de politiek zal blijven bestaan en ook ontstaan. Dat is inherent aan het democratisch systeem, maar wel te verminderen door een vorm van partjesdemocratie in te voeren. Dat betekent; niet meer stemmen op een lijst maar op een programma. Over het zover verpersoonlijken van de politiek als in de afgelopen verkiezingen zeg ik: dit nooit meer. Het gevolg van een te sterke persoonlijkheid kan immers nog wel eens voor catastrofale gevolgen voor de gehele democratie en de samenleving leiden.
Partjesdemocratie
Al aangegeven is dat de verpersoonlijking van de politiek een steeds diepere indruk maakte in de verkiezingen; van rationaliteit was geen sprake, we hadden te maken met een charismatisch leider. De keuze voor Fortuyn was in hoge mate op zijn persoon gericht; hij deed er zelf dan ook alles aan. In Rotterdam behaalde de Leefbaar partij nauwelijks stemmen buiten de lijsttrekker om; bijna eenderde van de kiezers kozen Fortuyn, niemand anders. Kende iemand het programma van Fortuyn, van Leefbaar Rotterdam?
'Hij zei wat wij dachten,' werd gezegd; maar zei hij niet gewoon wat wij wilden horen? Inhoudelijk is het programma van Fortuyn nooit uitgediept en getoetst.
We moeten naar een democratie toe waarin de persoon die het uit moet voeren op de tweede plaats komt te staan. Allereerst moeten de programma's centraal staan; wat wil men in de toekomst van Nederland. Dit betekent dat een veel breder spectrum van wat politiek inhoudt het verkiezingsdebat gaat overheersen; inhoudelijke keuzes.
Eigenlijk is de grondslag heel simpel; voor de verkiezingen verschijnen vaak schema's in de krant, tabellen waarin per partij op een aantal belangrijke onderwerpen de partijstandpunten worden uitgelegd. In plaats van een algemene stem op een partij te geven kan in een partjesdemocratie gekozen worden per onderwerp. Dat wil dus zeggen; als het gaat om milieu dan kies je voor het partijstandpunt van de partij die met jouw mening overeen komt, voor sociale zekerheid kun je dan kiezen voor een andere partij, enzomeer. Juist omdat je vindt dat deze partijen op deze thema's de beste standpunten hebben.
Er zijn, volgens mij, zo'n tien a vijftien onderwerpen te verzinnen waarop de kiezers hun eigen inhoudelijke afweging zouden kunnen maken. Het volksvertegenwoordigend orgaan wordt dan ook in deze partjes gesplitst; de grootste milieupartij krijgt het grootste aantal zetels in dat compartiment, en levert in principe de minister. Tenzij in de coalitieonderhandelingen geen resultaat kan worden geboekt, en de partijen er met elkaar niet uit kunnen komen
Voorwaarde is wel dat de partijen meedoen in alle partjes: de kans op belangen- en one-issuepartijen wordt daarmee verminderd. Dus geen: Red de AOW partij, en al helemaal geen: Stop de Betuwelijn partij , maar het brede politieke spectrum moet beslagen worden. Daarnaast wordt per partij voor ieder partje een aparte partjes-lijsttrekker gekozen, omdat meerdere zetels niet door dezelfde persoon kunnen worden ingevuld.
Het zijn ideeën en voorwaarden waaraan de partjesdemocratie moet voldoen. Belangrijk is echter dat de volle breedte van de politieke programma's kunnen worden belicht. Lijsttrekkersdebatten zullen er in tienvoud moeten zijn, en steeds met een andere lijsttrekker. Het maakt ook het dualisme in de kamer interessanter, en de debatten in het kabinet heftiger.
Conclusie
We zagen een persoonlijkheid, Fortuyn, die het hele politieke debat beheerste. Hij werd, wellicht mede doordat hij de verpersoonlijking van zijn eigen politiek was, vermoord. Fortuyn deed het vertrouwen in de Nederlandse democratie wankelen, deed ook het vertrouwen in politiek en de overheid tot een minimum beperken, en scheidde Nederland in Links en Rechts, in Zwart en Wit, in Islam en Dominante Cultuur. Het politieke klimaat was zowel voor de verkiezingen als na de verkiezingen grimmig en ongezond.
De verkiezingscampagne ging niet meer om de inhoudelijke politieke programma's, maar om de personen: Melkert, Fortuyn. De eerste is politiek vermoord, de ander is fysiek vermoord. Dat kan en mag niet meer, de verkiezingen moeten gaan over de toekomst van het land, over de programma's.
In dit stuk heb ik een eerste aanzet gegeven voor een discussie over hoe het programma te laten prevaleren boven de persoon of personen die het moeten uitvoeren. Ik noem de partjesdemocratie als voorbeeld, met enkele voorwaarden daaraan gesteld. Omdat ik denk dat met lapmiddelen als de gekozen Minister President de democratie niet gered kan worden. Voor de democratie in de huidige complexe maatschappij met mondige burgers zijn echt vergaande veranderingen nodig in het democratische bestel.