Jelmer's Infostek
artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis
Spijbelchip werkt niet
Spijbelen lijkt een probleem, maar noopt niet tot draconische maatregelen
Spijbelen lijkt een probleem. Ieder jaar verzint weer iemand iets om het spijbelen aan te pakken. Die maatregelen blijken nooit effectief te zijn; de politie van Amsterdam werd ingezet om jongeren van de straat te plukken en terug naar school te brengen, het resultaat was dat leerlingen soms uren op het politiebureau zaten en daardoor diverse lessen misten.
Was dat politie optreden al een dieptepunt, het grootste dieptepunt wordt nu ingevoerd: de datalogger, of liever de spijbelchip. Met dit apparaat kan een docent zien wie er wel en niet in de klas aanwezig zijn. De docent hoeft niet te tellen; de datalogger doet het allemaal automatisch. De schooladministratie krijgt de gegevens direct door en kan leerlingen die een les verzuimd hebben gemakkelijk op de vingers tikken. Geen wonder dat dit apparaat gezien wordt als een vooruitgang; het scheelt een hoop administratie en dus geld en stress. Met de datalogger introduceert de school niet alleen een nieuwe administratievorm, maar herintroduceert hij ook
een ouderwetse opvatting de leerling als nummer te zien en niet als mens.
Het onderwijs moet zich bewust zijn van hoe spijbelen aan te pakken. Spijbelen heeft een aantal signaalfuncties, die weldegelijk moeten worden onderzocht. Die signaalfuncties zijn per leerling verschillend. Wanneer een leerling veel spijbelt kan dat een signaal zijn voor problemen op school: de leerling vind de school te moeilijk en kan het tempo niet bijbenen. Of de leerling vind de school te gemakkelijk, verveelt zich tijdens lessen en komt daarom niet. Verder kan een leerling problemen hebben met de docenten (ruzie, liefde) en daarom de lessen mijden. Maar ook met klasgenoten kan een leerling problemen hebben en natuurlijk in de thuissituatie.
De problemen die we hier noemen zijn geen problemen die je door registratie en opkomstplicht oplost. Die problemen los je op door een leerling respectievelijk individueel beter te begeleiden, de leerling vrijer te laten in zijn schoolcarriere, interessantere vakken aan te bieden, en de problemen tussen verschillende personen proberen op te lossen.
Toch lijkt de chip een handig middel problemen sneller te kunnen signaleren. Dat is niet zo. Aan de hand van computergegevens kun je niet afleiden dat een leerling problemen heeft, dit kun je alleen vinden door op individuele, menselijke basis met de leerling om te gaan. De registratie door middel van de datalogger is slechts een controlemiddel op aanwezigheid.
Spijbelsignalering doet een docent nog altijd zelf. Leraren moeten kunnen inzien dat een leerling spijbelt, en iedere leraar zal ook een indicatie kunnen geven van de redenen waarom de leerling
spijbelt. Dit is onderdeel van het vak, en maakt het vak ook interessanter.
Het doel van de registratie is slechts het aantal uren dat de leerling aanwezig is vaststellen voor bepaalde instanties. Deze instanties gaan uit van een verouderd onderwijsmodel. Binnen het onderwijs moet de leerling worden getraind op zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en organisatievermogen en daarmee op de eisen die in de maatschappij worden gesteld aan de afgestudeerde leerling.
De leerling moet dus op school leren zelfstandig te kunnen bepalen hoe hij zijn tijd indeelt, in welke volgorde hij zijn studieactiviteiten doet en ook moet hij leren de verantwoordelijkheid te nemen over de lessen die hij volgt en niet volgt.
Opkomst moet dus niet geregistreerd worden op basis van het aantal uren dat een leerling aanwezig is, maar moet gerelateerd worden aan de resultaten die een leerling behaalt. Als een leerling met een minimum aan uren toch een voldoende resultaat behaalt is de opkomst niet van belang. Het geeft alleen aan dat de lessen niet echt een toevoeging waren aan de in het studiemateriaal gegeven stof.
Controle op opkomst is eigenlijk alleen van belang
voor het signaleren van problemen en voor het
verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs. Komen
er weinig leerlingen opdraven bij de lessen dan is
de klas te saai of de kwaliteit van de uitleg te laag.
Dit maakt controle op zich wel legitiem, maar niet tot een automatisme. Consequente systematische analyse van onderzoekingen met betrekking tot opkomst, kwaliteit van onderwijs en kwaliteit van het studiemateriaal leiden vaak tot opmerkelijke inzichten over de lessen en het onderwijs op de betreffende school in het algemeen. Dit soort onderzoekingen zijn al op verschillende universiteiten doorgevoerd. Daarvoor hoeft niet iedere leerling iedere les aanwezig te zijn. De verantwoordelijkheid voor die onderzoeken heeft de onderwijsinstelling zelf, kwaliteitsverbetering moet daarbij een van de doelen zijn. De opkomst van leerlingen via chips te registreren is ouderwets, het dient geen enkel verantwoord pedagogisch doel. Spijbelen los je nooit voor honderd procent op, zeker niet door registratie.
Werken aan kwaliteitsverbetering en het vroegtijdig signaleren van uitvallers is een zaak van mensen die niet door computers kan worden overgenomen. Kortom; de datalogger is onnodig en verengt het volgen van het onderwijs. Leerlingen bewegen zich met zo'n spijbelchip meer en meer in een keurslijf; big brother kijkt wel degelijk over de schouder van de leerling mee, zonder dat daarmee het spijbelen als probleem werkelijk wordt aangepakt.
2000 - samen met Peter van de Wijngaart - de Volkskrant