Jelmer's Infostek
artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis
Val Paars over NIOD rapport waardig maar wrang
Paars hoefde niet af te treden; het is wrang
Als Kok en zijn Paarse kabinet een derde periode zouden halen, dan was het Nederlandse politieke landschap definitief vastgeroest. Na zeven vette jaren grijpen minder economische groei, minder consumentenvertrouwen en internationale onzekerheden, in de Nederlandse samenleving in. Paars kon de eindstreep niet halen; VVD en PvdA waren het in Paars 2 constant oneens over het te voeren economisch beleid. Wonderwel hielden ze vol. Maar vier weken voor de verkiezingen viel het eindelijk toch, over het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie over Screbenica. De enige echt zwarte bladzijde van de Nederlandse Na-oorlogse generatie.
Niet de schuld, wel de verantwoordelijkheid over ruim 7000 doden; een keiharde genocide. Het siert een kabinet dat het over dat feit, op het juiste moment, de politieke conclusies trekt. Een beetje laat, reageerden sommigen: Nee, pas nadat je weet wie verantwoordelijk was en wat die verantwoordelijke fout hebben gedaan, kan je politiek je biezen pas pakken. Het rapport van het NIOD moest dus afgewacht worden. Een beetje vroeg, reageerden sommigen; eerst moest verantwoording worden afgelegd in de Tweede Kamer. Nee, verantwoording over Screbenica kan nauwelijks; het politieke falen van Lubbers 3 en Kok 1 heeft veel met de internationale rechtsorde te maken. Wat politiek aan het licht moet komen is hoe een belabberde opdracht aan Dutchbat was meegegeven. Wat politiek ook aan het licht moet komen is hoe een door en door ondemocratisch instituut als het leger, zich zelfs in een stevige democratie, niet aan democratische spelregels van openheid en controleerbaarheid wil houden.
Voor verantwoording kan verantwoordelijkheid gaan; Kok moest aftreden op het moment dat hij wist dat hij de verantwoordelijkheid had en zou nemen. Dat dat vooraf aan het debat over het NIOD rapport gebeurde was opmerkelijk, maar met de politieke spanningen rond het rapport niet gek. Het oordeel van individuele ministers was sowieso uitgekomen op dit dramatische gebaar.
De Nederlandse politiek heeft gefaald, zei Jan Pronk. Dat betekent dat de verantwoordelijkheid over het uitzenden van de Nederlandse troepen naar Screbenica niet voldoende was doordacht, de opdracht en het mandaat te onduidelijk, en het belang van het beschermen van de enclave binnen de internationale politiek niet voldoende duidelijk was. Screbenica viel door verovering van de Serviers; maar wanneer de internationale gemeenschap zich bewust was geweest van de gevaren van het Balkan conflict, en als ook de Dutchbat troepen daar beter over waren geinstrueerd, dan was deze massamoord misschien niet gebeurd. Waarschijnlijk had de internationale gemeenschap het Veilige Gebied na verloop van tijd verlaten, en was eenzelfde beleid door de Serviers gevoerd. Tegen de genocide van de Balkan was de Internationale Rechtsorde te fragiel.
Na de Tweede Wereldoorlog was de stemming in West-Europa unaniem: Dit nooit weer. Het gebeurde toch, onder onze eigen ogen. Nederland was pijnlijk en keihard verbonden met de bekendste genocide van Europa na 1945. Recht doen aan de ernst van de situatie, is politieke verantwoordelijkheid nemen. Maar die politieke verantwoordelijkheid is wel moeilijk en steeds moeilijker te verklaren naarmate we het probleem van uitzending van troepen naar Bosnie in historisch perspectief analyseren.
De genocide had sowieso plaatsgehad. Het was in de Nederlandse opinie niet voor te stellen dat het Nederlandse leger niet zou gaan. Als we hadden toegekeken, hadden we ons dan niet evenveel kunnen verwijten?
Pas sinds de Tweede Wereldoorlog is vrede handhaven een wezenlijk onderdeel van een zeer fragiele internationale gemeenschap. In een steeds complexer wordende wereld, is de internationale gemeenschap onontbeerlijk. Samenwerkingsverbanden zijn echter doospekt van (deel)belangen, landsbelangen, nationalistische gevoelens en gevoelens van verbondenheid. Als we de vrede willen handhaven met vredesmissies en veilige gebieden die belangen vrijwel volledig kunnen doorzien en overzien.
Vredesmissies zijn pas sinds de Tweede Wereldoorlog geaccepteerde verschijnselen, sterker nog, een actieve vredespolitiek wordt nog maar mondjesmaat toegepast. En dat is ook niet zo gek; aan een vredesmissie kleven belangrijke en complexe risico's die mensen liever niet nemen. Maar als er dan gekozen wordt om deze, puur uit morele overtuiging, wel te nemen, dan is de ervaring met vredeshandhaving nog zo pril en mondjesmaat dat je er wel van uit mag gaan dat dat af en toe mis gaat.
Vredeshandhaving en oorlog voeren liggen dicht tegen elkaar aan, maar zijn wel erg verschillend. Geen partij kiezen, maar wel om kunnen gaan met het tactisch, strategische spel van oorlog in het gebied waar je zit. Het vereist opperste concentratie, nauwkeurigheid, en objectief waarnemen en handelen. Terwijl het leger is opgeleid om de vijand te verslaan, handelt de internationale gemeenschap bij vredeshandhaving zonder vijand, of juist met meerdere.
Van Paars was de glans al af. Ten opzichte van Screbenica een gebaar van verantwoordelijkheid. Kok heeft het juiste moment gevonden om afscheid te nemen. De belangrijkste les die we van Screbenica kunnen leren is dat de internationale gemeenschap ontzettend snel en adequaat moet opereren om vrede te kunnen handhaven. En dat een nationale overheid dat nooit in zijn eentje kan. Wat dat betreft blijft het wrang; een Nederlands kabinet valt, terwijl de Internationale Gemeenschap in zijn geheel gefaald heeft, en nog niet klaar is en was voor actieve vredeshandhaving, en terwijl de Mladic schuld had aan het drama. Paars had het dus niet hoeven doen, maar heeft het mooi wel gedaan.
2002