Jelmer's Infostek

artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis

beginpagina   uberhaupt   uitentuis.nl   links   jelmer  

Groenprogressief als vierde stroming

Waar staat groen- progressieve politiek in de toekomst?

Het tij zit mee voor GroenLinks. Tien jaar na de oprichting is het zeteltal meer dan verdubbeld, is de partij een serieuze factor van betekenis geworden en wordt er onverschrokken gesproken over regeringsdeelname. Dit is niet alleen het gevolg van de door velen geprezen 'kwaliteitsoppositie' van de Tweede-Kamerfractie, maar is deels een autonome ontwikkeling. Ook in de landen om ons heen gaat het de groene partijen goed en zelfs in de Verenigde Staten begint de beweging van Ralph Nader steeds meer voet aan de grond te krijgen.

Ongetwijfeld aangemoedigd door dit succes, formuleerde partijleider Paul Rosenmöller in zijn feestrede bij het tienjarig bestaan van GroenLinks, de ambitie van 'zijn' partij voor de komende jaren. Vlak voordat hij bekend maakte voor de volgende verkiezingen weer als lijsttrekker beschikbaar te zijn, stelde hij als doel: "de doorbraak van GroenLinks naar vierde politieke stroming in dit land".

Drie maanden na het lustrumfeest van GroenLinks viert ook DWARS, de groenlinkse jongerenorganisatie, haar tienjarig bestaan. De jongerenorganisatie grijpt dit feestje aan om terug te kijken naar haar ideologische fundamenten en zich te bezinnen op de groene en linkse beginselen. Want wil de 'vierde stroming' daadwerkelijk succesvol kunnen zijn, dan dient die ook een stevige basis te hebben. Een politieke stroming is meer dan standpuntbepaling in de dagelijkse politiek, het is een samenhangend stelsel van uitgangspunten die verankerd liggen in een ideologie.

Voordat vastgesteld kan worden of GroenLinks inderdaad de ambitie waar kan maken om de 'vierde stroming' te kunnen representeren, dient eerst te worden bezien of er wel sprake is van zo'n vierde stroming, en wat die dan inhoudt. Cynici denken sinds Fukuyama's 'Einde van de geschiedenis' al lang niet meer in stromingen: in feite heeft het liberale gedachtegoed gewonnen, dat staat bij hen niet meer ter discussie. In die visie is dat de enige bron om uit te putten; alle politieke verschillen zijn slechts variaties op het onverwoestbare liberale thema.
Wij sluiten ons niet aan bij deze constatering. De feitelijke vaststelling dat alle partijen op elkaar zijn gaan lijken is juist, zeker in de Nederlandse situatie. De traditionele representanten van de sociaal-democratie en de christen-democratie, respectievelijk de PvdA en het CDA, hebben het neoliberale denken bij hun dagelijkse politieke handelen omarmd. Dat is echter geen afdoende onderbouwing voor de stelling dat er überhaupt geen verschillende stromingen meer zouden bestaan. Het succes van de SP bewijst dat er draagvlak is voor een socialistische partij. De ChristenUnie moet zich nog bij verkiezingen bewijzen, maar is in potentie een robuust vertegenwoordiger van christelijk-sociale politiek. En wat de VVD betreft: het is nog slechts een kwestie van tijd voordat de liberalen binnen die partij definitief afscheid durven nemen van de meer conservatieve elementen. Maar goed, dat is vooruitzien. Nu terug: waar komt die vierde stroming dan vandaan?

De oorsprong vinden we bij heel andere bronnen; sommige daarvan gaan maar liefst vijf eeuwen terug tot de verschijning van Thomas Moore's 'Utopia', waarin een denkbeeldige ideale wereld wordt geschetst als alternatief voor de bestaande maatschappij. Andere liggen dichterbij: het rapport van de Club van Rome, dat waarschuwt voor de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en de solidariteit met toekomstige generaties aan de orde stelt.
Er zijn allerlei namen aan deze beweging gegeven: soms spreekt men van post-materialisme, dan weer van ecologisme, een enkele keer van radicaal-liberalisme. Vaak noemden de politieke exponenten van deze stroming zich 'groenen'. Naast een ecologische oriëntatie was er meestal ook een heel sterke 'linkse' component aanwezig. In andere landen ontstonden al eerder van die 'groene' partijen, in Nederland liet dit proces op zich wachten tot na de val van de Berlijnse muur.
De conclusie dat er een vierde politieke stroming is, die zich ongeveer laat vangen in de term 'groen-progressief', lijkt ons vanwege filosofische, historische en feitelijke argumenten gerechtvaardigd. De daaropvolgende vraag is: wat betekent dat voor de Nederlandse politieke praktijk?

In het huidige politieke klimaat geldt het verschijnsel 'economische groei' als een noodzakelijk - zo niet het hoogste - goed. De vraag is niet meer óf de economie groeit, maar hoevéél. Economische groei van minder dan 2% wordt als een blamage gezien. Binnen de context van een politiek die zich kenmerkt door een vooringenomenheid met het neoliberale gedachtegoed, is dat een begrijpelijke gedachtegang.
Gravend in de wortels van de vierde stroming, kom je echter al snel tot de conclusie dat die beweging van groei niet zoveel moet hebben: vroegere ecologische utopieën hanteren zonder uitzondering als uitgangspunt de economie van het genoeg; het eerste rapport van de Club van Rome heette niet voor niets 'grenzen aan de groei'. Van een partij die zich representant noemt van zo'n stroming kan dus forse kritiek worden verwacht op het ongebreidelde economische vooruitgangsdenken. In feite kenmerken de voorlopers - grondleggers zo u wilt - van de vierde stroming zich door te willen breken met zo'n beetje alles wat tegenwoordig gangbaar is. Het programma van uitgangspunten van GroenLinks onderkent dat ook: "GroenLinks heeft radicale oriëntaties die fungeren als kritische norm".

In de dagelijkse politiek ontbreekt een dergelijke opstelling bij GroenLinks echter nogal eens. De partij ageert weliswaar tegen de negatieve gevolgen van de economiesering van de maatschappij, maar laat na om fundamentele kritiek te uiten op de paradigma's van het neoliberale denken. In plaats daarvan staart ze zich vooral dood op 'haalbare alternatieven'. We kunnen ons niet meer herinneren wanneer we een GroenLinkse politicus voor het laatst kanttekeningen hebben horen maken bij de economische groei. Neem het mobiliteitsprobleem. GroenLinks verzet zich - vanzelfsprekend - tegen de groei van het auto- en vliegverkeer, maar pleit wel voor meer 'investeringen' in het openbaar vervoer. Daarmee lijkt ook GroenLinks zich neer te leggen bij de algemeen aanvaarde opvatting dat mobiliteitsgroei noodzakelijk is en gaat zo voorbij aan het fundamentele probleem van mobiliteit. Ook openbaar vervoer is schadelijk voor het milieu; vanuit een groen-progressieve ideologie zou je dus een meer principiële opstelling verwachten.

Wij zijn van mening dat de vierde stroming wezenlijk andere oplossingen heeft te bieden dan de andere stromingen. Zonder pretentie kan worden gesteld dat de groen-progressieve stroming op dit moment als enige in staat kan en moet worden geacht een fundamenteel debat aan te gaan met de talrijke representanten van het neoliberale gedachtegoed.
De ambitie om GroenLinks niet alleen de vierde partij, maar ook de vierde stroming te laten zijn, kunnen we om die reden dan ook onderschrijven. GroenLinks moet dan echter wel de fixatie op haalbare alternatieven laten varen. Er moeten meer radicale oriëntaties worden gekozen, bezien vanuit de eigen ideologische uitgangspunten. In plaats van het debat te voeren op basis van premissen uit het neoliberalisme, moet GroenLinks terugkeren naar de fundamenten van de groene en linkse politiek. Dat is pas echte 'kwaliteitsoppositie'. Alleen op die manier kan de ambitie om de vierde stroming van het land te worden, resulteren in een blijvend succes.

2001 - samen met David Rietveld en Arno Bonte