Jelmer's Infostek
artikelen geschreven
door Jelmer Uitentuis
Het vieze conservatisme
Conservatisme is een vies woord; wie wil zich in Nederland in het behoudende kamp laten drukken? Niemand. Zelfs het kabinet Balkenende noemt zich liever progressief, met de verwijzing dat zij de sociale zekerheid wel willen hervormen. Zij beschuldigen nota bene de linkse, als progressief bekend staande partijen van conservatisme.
Toch duikt het behoudzuchtige in alle geledingen en gremia van de politiek op. Pim Fortuyn wilde zich niet conservatief noemen, maar zijn pleidooi voor een herwaardering van normen en waarden zijn om te keren naar een patriarch in de samenleving, is tamelijk conservatief. Jan Peter Balkenende heeft dit pleidooi overgenomen.
Het is dan ook niet gek dat een progressieve partij als GroenLinks zich tegen dit debat keert. Femke Halsema pleit voor vrijzinnigheid in de Helling. Zij doet dat, in lijn met haar congresspeech van februari 2004, om de in de jaren 70 verworven vrijheden te beschermen. Bolkestijn enzomeer willen terug naar de kneuterige jaren 50, Halsema verdedigt de jaren 70.
En zo verwijt de pot de ketel; sinds de oprichting van de Edmund Burke stichting is het conservatieve vertoog aangescherpt en doorgedrongen in de gehele maatschappij. Op basis van het conservatief adagium (mensen die een uitkering hebben zijn lui en willen niet werken!) wordt gesneden in de sociale zekerheid. Maar het ingrijpen verdient enige nuancering; er wordt weldegelijk veranderd en gemoderniseerd, alleen in de richting van een liberale verzorgingsstaat, in plaats van in de sociaal democratische richting die linkse partijen voorstaan.
Echt conservatisme zou zich pas voordoen als we laten zoals het is; de Nederlandse welvaartsstaat is grotendeels conservatief corporatistisch. De sociale zekerheid distantieert zich meer en meer van gemeenschapsdenken.
Dat de scheidslijn progressief- conservatief weinig zin heeft is door politicologen in Leiden onderkend; zij stellen in hun model van politieke plaatsbepaling de rollen van economische, communautaire en ethische tegenstellingen centraal. Het onderscheid tussen de verschillende politieke stromingen is niet dat de ene wel wil veranderende en de andere niet, maar in een complex geheel van het drietal dimensies.
Als men het conservatisme politiek wil plaatsen dan vindt men die in verschillende partijen; het CDA heeft met het idee van gemeenschapsdenken, en zijn normen en waarden betoog een typisch conservatief vertoog te pakken. Het terugdringen van de rol van de overheid is zowel bij de LPF als bij de VVD een belangrijk aspect van het programma. Vooruitstrevend in de modernisering van de sociale zekerheid is met name de SP niet te noemen; die is gewoon tegen iedere verandering. GroenLinks is behoudend op de agenda van ruimtelijke ordening.
Hetgeen mist in het politieke landschap is een echt conservatieve partij; niemand durft zich conservatief te noemen. Daarom hebben partijen als CDA, VVD en LPF nooit voor een echt conservatieve agenda durven kiezen. Daarnaast lopen er binnen die partijen ook wat progressievere types rond die de partijlijn zonodig wat vooruitstrevender proberen te maken. Zo ontstaat onduidelijkheid voor de kiezer, ontstaan er partij-interne twisten, en ontstaat een vervelende hobby van politici elkaar uit te maken voor conservatief. Het progressieve-conservatieve mantra is een loze kreet geworden waaraan je de politieke plaatsbepaling niet meer kunt afleiden. Binnen de politiek zou men dus maar eens moeten stoppen met de poging elkaar voor het meest conservatief uit te maken, en zich moeten concentreren op de inhoud.
geplaatst; OverDWARS, augustus 2004