Categorie: liefdes- en dreigbrieven
Door: Jelmer
Datum: 07/04
[jaja, dit is een geintje] De afgelopen tijd valt er niet veel meer te bedreigen. Het lijkt er op dat ik en mijn collega bedreigers weinig meer voor elkaar krijgen. We komen nauwelijks meer in het nieuws. Kortom: onze handelswijze is, volgens de buitenstaander, niet effectief te noemen. Binnenskamers hebben mijn collega bedreigers en ik, de afgelopen weken best wel wat succes geboekt. Ik span, natuurlijk, de kroon. Hoe kan het ook anders.
Zo heeft Camiel Eurlings eindelijk afgezien van de kilometerheffing. Outsiders denken dat hij dat heeft gedaan vanwege haalbaarheid, geld en technische rompslomp. Maar ik verwacht dat dit mailtje daar ook wel toe bijgedragen heeft...
Zo heeft Camiel Eurlings eindelijk afgezien van de kilometerheffing. Outsiders denken dat hij dat heeft gedaan vanwege haalbaarheid, geld en technische rompslomp. Maar ik verwacht dat dit mailtje daar ook wel toe bijgedragen heeft...
Categorie: liefdes- en dreigbrieven
Door: Jelmer
Datum: 26/02
Om de bedoeling van mijn serie Liefdes- en Dreigbrieven te verduidelijken hieronder een uitleg.
Ik ben in mijn politieke en maatschappelijke carrière al een aantal keren in het geweer gekomen tegen “De bedreiging” van wie dan ook. Regelmatig wordt, onder het valse voorwendsel van Vrijheid van Meningsuiting, iemand publiekelijk of in het geniep aan de schandpaal genageld. Veel voorkomend zijn de verwensingen: Publieke figuren wordt gevraagd Op te rotten, Kanker te krijgen of Dood te gaan.
De bedreiging is een simpel ding. Je scheld iemand uit in alle termen die je kunt verzinnen, en vertelt iemand dan dat je graag bereid bent diegene geweld aan te doen. In elkaar te meppen, te vermoorden, de familie te vermoorden, etc. De ontevredenheid wordt samengevat en samengeperst.
Dat is niet normaal en belemmert mensen in het uitoefenen van hun functie. Een publiek figuur moet kunnen opereren in alle vrijheid, zonder bedreiging door wie dan ook. Iedereen mag het oneens zijn met het publieke figuur, maar moet met echte argumentatie komen om dat te ondersteunen en te verduidelijken.
Die argumentatie ontbreekt veelal in de dreigbrief. De afzender verliest zich in ordinair gescheld omdat zijn mening slechts gestoeld is op onderbuikgevoelens. Nog voordat de mening voluit uitgekristaliseerd of overdacht is, moet deze al worden geponeerd. Daardoor krijgt de mening een zeer beperkte reikwijdte, namelijk: “dit vind ik, want dit is mijn mening.” Wiskundig zegt iemand dan: a=b want a=b.
Daar is geen speld tussen te krijgen, maar het publieke debat schiet er niets mee op als er alleen maar meningen worden ingebracht en geen achterliggende argumentaties. Om een mening te verkondigen volstaat het niet te zeggen: “ik vind dit, want dit is mijn mening.” Iedereen die deze redeneertrand waarneemt zou direct moeten aanhaken en vragen: “waarom?”
Die vraag wordt stelselmatig genegeerd. Het is immers belangrijker iets te vinden dan er een goede argumentatie bij te hebben. Die instelling stompt nieuwgierigheid af. Voordat je ergens iets over zou kunnen vinden, zou je er eerst onderzoek naar moeten doen. Feitelijke kennis verzamelen, argumentatie van verschillende kanten bekijken, waarde toekennen aan argumenten. In die redenering mag gevoel een plaats hebben. Immers: waarde toekennen aan argumenten heeft te maken met het eigen normen en waardenstelsel en (onderbuik)gevoel.
Doordat er vrijwel nooit wordt doorgevraagd waarom we iets vinden, doordat de mening centraal gesteld wordt en niet de argumentatie daarachter, hoeft iemand die iets wil zeggen ook niet meer na te denken of hetgeen hij/zij zegt klopt en hout snijdt. Het lijkt er op dat het belangrijker is meningen krachtig te uiten. De nuance ontbreekt al geheel in de manier van meningsvorming, en dat komt nog sterker naar voren in de manier waarop meningen geuit worden.
Twee punten horen we vaak in het publieke debat.
Een: “We worden niet gehoord / er wordt niet naar ons geluisterd.” Dat is niet zo gek. Als je de meningen destilleerd en uitsplitst wordt er namelijk vrijwel niks gezegd. Er zijn geen nieuwe (zwaarwegende) argumenten die een ander licht laten schijnen op specifieke punten, als slechts een mening wordt gevraagd of wordt geuit. Het belang van argumentatie wordt dus schromelijk onderschat. En dat is slecht voor het publieke debat.
Twee: “We mogen niet alles zeggen wat we willen / onze vrijheid van meningsuiting wordt beknot.”
Natuurlijk mag iedereen alles zeggen. Vergeten wordt vaak dat een weerwoord bij een publiek debat hoort. En dat heeft te maken met het gebrek aan argumentatie. Als de mening belangrijker is dan de argumentatie er achter, is het debat direct vertroebeld. Met argumenten verleg je je mening, scherp je je mening aan of nuanceer je je mening. Maar als argumenten niet meer belangrijk zijn, mag een ander ook geen argumenten meer tegen jouw mening geven. Dan komt namelijk de zwakte van de eigen mening naar voren, en dat vind de persoon die de mening uit niet leuk. Die verschiet dan in pseudo-argumenten: “ik mag niet meer zeggen wat ik vind!”
De bedreiging, en de onbeholpen adoratie, zijn de vlucht naar voren. De twee makkelijkste manieren om het gebrek aan argumentatie te camoufleren. Ze zijn verschillende kanten van dezelfde medaille. En ze leveren uiteindelijk niets op dan frustratie.
Immers: niemand gaat zijn mening aanpassen zonder goede argumenten te hebben gehoord. Dus hoewel iemand zijn mening geuit heeft, levert het hem of haar niks op. Degene tegenover wie hij/zij de mening uitte zal hem/haar slechts kunnen teleurstellen. Of je iemand nu bedreigd of iemand adoreert – hetgeen gebeurt is dat de mening wordt genegeerd.
De vorm. De liefdes- en dreigbrieven zijn een vorm om te proberen argumentloos bewondering en afkering te beschrijven op maatschappelijke gebeurtenissen die een controverse lijken op te roepen. Echter: door zoveel mogelijk argumentloos te blijven, zal die controverse ook oppervlakkig blijven en blijken. Dat probeer ik aan te tonen.
Een lezer zou zich gekwetst kunnen voelen door mijn stukken. Echter dit gelezen hebbende zou hij/zij de stukken in een algemener en kritisch perspectief kunnen plaatsen. Het gaat mij er niet om het handelen van het publieke figuur positief of negatief te waarderen. Het gaat mij er om de reacties op zijn of haar handelen inzichtelijk te maken en aan de kaak te stellen. Ik denk dat dat mijn taak is als opiniemaker, als maatschappelijk initiatiefnemer. Ik denk dat u mijn brieven raar moet vinden. Juist, moet! Want hoewel de brieven veel normaler zijn dan we ons beseffen, is de nasmaak van Liefdes- en Dreigbrieven ontzettend vies.
Ik ben in mijn politieke en maatschappelijke carrière al een aantal keren in het geweer gekomen tegen “De bedreiging” van wie dan ook. Regelmatig wordt, onder het valse voorwendsel van Vrijheid van Meningsuiting, iemand publiekelijk of in het geniep aan de schandpaal genageld. Veel voorkomend zijn de verwensingen: Publieke figuren wordt gevraagd Op te rotten, Kanker te krijgen of Dood te gaan.
De bedreiging is een simpel ding. Je scheld iemand uit in alle termen die je kunt verzinnen, en vertelt iemand dan dat je graag bereid bent diegene geweld aan te doen. In elkaar te meppen, te vermoorden, de familie te vermoorden, etc. De ontevredenheid wordt samengevat en samengeperst.
Dat is niet normaal en belemmert mensen in het uitoefenen van hun functie. Een publiek figuur moet kunnen opereren in alle vrijheid, zonder bedreiging door wie dan ook. Iedereen mag het oneens zijn met het publieke figuur, maar moet met echte argumentatie komen om dat te ondersteunen en te verduidelijken.
Die argumentatie ontbreekt veelal in de dreigbrief. De afzender verliest zich in ordinair gescheld omdat zijn mening slechts gestoeld is op onderbuikgevoelens. Nog voordat de mening voluit uitgekristaliseerd of overdacht is, moet deze al worden geponeerd. Daardoor krijgt de mening een zeer beperkte reikwijdte, namelijk: “dit vind ik, want dit is mijn mening.” Wiskundig zegt iemand dan: a=b want a=b.
Daar is geen speld tussen te krijgen, maar het publieke debat schiet er niets mee op als er alleen maar meningen worden ingebracht en geen achterliggende argumentaties. Om een mening te verkondigen volstaat het niet te zeggen: “ik vind dit, want dit is mijn mening.” Iedereen die deze redeneertrand waarneemt zou direct moeten aanhaken en vragen: “waarom?”
Die vraag wordt stelselmatig genegeerd. Het is immers belangrijker iets te vinden dan er een goede argumentatie bij te hebben. Die instelling stompt nieuwgierigheid af. Voordat je ergens iets over zou kunnen vinden, zou je er eerst onderzoek naar moeten doen. Feitelijke kennis verzamelen, argumentatie van verschillende kanten bekijken, waarde toekennen aan argumenten. In die redenering mag gevoel een plaats hebben. Immers: waarde toekennen aan argumenten heeft te maken met het eigen normen en waardenstelsel en (onderbuik)gevoel.
Doordat er vrijwel nooit wordt doorgevraagd waarom we iets vinden, doordat de mening centraal gesteld wordt en niet de argumentatie daarachter, hoeft iemand die iets wil zeggen ook niet meer na te denken of hetgeen hij/zij zegt klopt en hout snijdt. Het lijkt er op dat het belangrijker is meningen krachtig te uiten. De nuance ontbreekt al geheel in de manier van meningsvorming, en dat komt nog sterker naar voren in de manier waarop meningen geuit worden.
Twee punten horen we vaak in het publieke debat.
Een: “We worden niet gehoord / er wordt niet naar ons geluisterd.” Dat is niet zo gek. Als je de meningen destilleerd en uitsplitst wordt er namelijk vrijwel niks gezegd. Er zijn geen nieuwe (zwaarwegende) argumenten die een ander licht laten schijnen op specifieke punten, als slechts een mening wordt gevraagd of wordt geuit. Het belang van argumentatie wordt dus schromelijk onderschat. En dat is slecht voor het publieke debat.
Twee: “We mogen niet alles zeggen wat we willen / onze vrijheid van meningsuiting wordt beknot.”
Natuurlijk mag iedereen alles zeggen. Vergeten wordt vaak dat een weerwoord bij een publiek debat hoort. En dat heeft te maken met het gebrek aan argumentatie. Als de mening belangrijker is dan de argumentatie er achter, is het debat direct vertroebeld. Met argumenten verleg je je mening, scherp je je mening aan of nuanceer je je mening. Maar als argumenten niet meer belangrijk zijn, mag een ander ook geen argumenten meer tegen jouw mening geven. Dan komt namelijk de zwakte van de eigen mening naar voren, en dat vind de persoon die de mening uit niet leuk. Die verschiet dan in pseudo-argumenten: “ik mag niet meer zeggen wat ik vind!”
De bedreiging, en de onbeholpen adoratie, zijn de vlucht naar voren. De twee makkelijkste manieren om het gebrek aan argumentatie te camoufleren. Ze zijn verschillende kanten van dezelfde medaille. En ze leveren uiteindelijk niets op dan frustratie.
Immers: niemand gaat zijn mening aanpassen zonder goede argumenten te hebben gehoord. Dus hoewel iemand zijn mening geuit heeft, levert het hem of haar niks op. Degene tegenover wie hij/zij de mening uitte zal hem/haar slechts kunnen teleurstellen. Of je iemand nu bedreigd of iemand adoreert – hetgeen gebeurt is dat de mening wordt genegeerd.
De vorm. De liefdes- en dreigbrieven zijn een vorm om te proberen argumentloos bewondering en afkering te beschrijven op maatschappelijke gebeurtenissen die een controverse lijken op te roepen. Echter: door zoveel mogelijk argumentloos te blijven, zal die controverse ook oppervlakkig blijven en blijken. Dat probeer ik aan te tonen.
Een lezer zou zich gekwetst kunnen voelen door mijn stukken. Echter dit gelezen hebbende zou hij/zij de stukken in een algemener en kritisch perspectief kunnen plaatsen. Het gaat mij er niet om het handelen van het publieke figuur positief of negatief te waarderen. Het gaat mij er om de reacties op zijn of haar handelen inzichtelijk te maken en aan de kaak te stellen. Ik denk dat dat mijn taak is als opiniemaker, als maatschappelijk initiatiefnemer. Ik denk dat u mijn brieven raar moet vinden. Juist, moet! Want hoewel de brieven veel normaler zijn dan we ons beseffen, is de nasmaak van Liefdes- en Dreigbrieven ontzettend vies.