Categorie: leesvoer
Door: Jelmer
Datum: 13/08
“Eindelijk doet er iemand eens iets tegen.” Dit is een reactie die ik hoorde van een jonge homoseksueel die zijn sympathie voor Geert Wilders niet onder stoelen of banken stak. Waartegen? Inderdaad, tegen jonge moslimjongeren die homoseksualiteit maar niks vinden, en die het leven van homo's onaangenaam maken. Jonge homo's worden, in de vrijplaats die de stad behoort te zijn, beknot in hun bewegingsvrijheid. En dat vinden ze, terecht, vervelend.
In de stad voelen homo's zich bedreigd. Ze lopen niet hand in hand, ze zoenen niet met elkaar. Ze durven zich niet overal en altijd openlijk uit te komen voor hun eigen seksuele voorkeur. Ze verstoppen noodgedwongen een deel van hun identiteit.
Op het platteland kennen we hetzelfde probleem. Ook hier zoent de homo niet op straat of in de plattelandsdisco. Het is te provocatief; de homo's weten dat ze dan slachtoffer worden van hoon, en soms zelfs van fysiek geweld. En dat is niet alleen het geval in kleine dorpen, maar ook in grote suburbane omgevingen zoals Almere.
Onlangs werd, door de Raad van State nota bene, de vrijheid van onderwijs bovengesteld aan het recht te zijn wie men is. De Raad bestendigde het besluit van een christelijke school een homoseksuele leraar te ontslaan vanwege zijn voorkeur. Dat is een groffe miskenning van de vrijheid van wezen. Over dit oordeel hebben we Wilders niet gehoord: hij lijkt hierin te berusten.
Blijkens deze voorbeelden moeten we ons afvragen of de homo-emancipatie in het algemeen niet te weinig ontwikkeld is. We kloppen ons te vaak op de borst dat we het, hier in Nederland, zo goed geregeld hebben. Een homohuwelijk, en homoseksualiteit is niet strafbaar. In sommige landen worden mensen opgehangen en gestenigd omdat ze homo zijn. In andere landen worden feestelijke Gay-prides door de politie met grof geweld neergeslagen, of wordt door de politie toegekeken hoe rechtsextreme groeperingen dat klusje voor hen opknappen. In Amerika is slechts in een beperkt aantal staten het homohuwelijk mogelijk, en ook in Europa zijn een aantal landen nog ver van erkenning van het homohuwelijk. Op institutioneel gebied doen we het aardig.
Maar het belangrijkste is dat homoseksualiteit, of minder gangbare seksuele voorkeuren in het algemeen, nog niet in de vezels van de samenleving geworteld zijn. Nog altijd is, in geheel Nederland, homoseksualiteit een niet-geaccepteerd verschijnsel. En dat uit zich in de beperkte bewegingsvrijheid die homoseksuelen hebben.
Bijna traditioneel hebben homo's slechts een beperkte ruimte waar ze zich, naar hun eigen identiteit, kunnen bewegen en kunnen uiten. Om het simpel te zeggen: buiten de reguliersdwarsstraat en enkele gaybars, is het voor homoseksuelen, oppassen geblazen. Zoals in landen waar homoseksualiteit verboden is, worden ze, door de sociale druk, gedwongen hun werkelijke aard verborgen te houden.
Die sociale druk wordt niet alleen opgelegd op het platteland, maar ook in de stad. De veroordeling van homoseksualiteit gebeurt vrijwel louter op religieuze gronden: protestanten, katholieken en moslims vinden vaak dat homoseksualiteit niet binnen de traditionele waarden en normen van hun geloof passen. Er zit, wat dat betreft, geen enkel verschil tussen die religies.
De stad zou de plek moeten zijn waar homo-emancipatie bloeit. Maar ook in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag blijkt de ruimte om je als homo vrij te bewegen, beperkt. Terwijl ons juist was voorgehouden dat de stad de plek was waar homoseksualiteit geaccepteerd werd. Maar dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, is een onjuist beeld van de werkelijkheid. De jonge homo die ik sprak dacht zich in Amsterdam vrij te kunnen bewegen en uiten, maar buiten de reguliersdwarsstraat, moest hij oppassen. Hij werd vaak aangesproken op zijn gedrag door “Marokkaanse” jongens. En dat maakte hem heel kwaad.
Toen ik langduriger met hem in gesprek was, kwam ik er achter dat hij dit gevoel allang kende. Zijn klasgenoten in het plattelandsdorp. Hij had zich nooit durven uiten, omdat zijn seksuele voorkeur in zijn geboortedorp niet geaccepteerd werd. Zijn ouders hadden jarenlang moeite gehad de homoseksualiteit van hun zoon te aanvaarden, maar hadden hem uiteindelijk niet laten vallen. En toen hij naar Amsterdam kwam om volop van zijn seksuele vrijheid te gaan genieten, bleek hij wederom in een bekrompen stad te zijn beland.
In de stad voelen homo's zich bedreigd. Ze lopen niet hand in hand, ze zoenen niet met elkaar. Ze durven zich niet overal en altijd openlijk uit te komen voor hun eigen seksuele voorkeur. Ze verstoppen noodgedwongen een deel van hun identiteit.
Op het platteland kennen we hetzelfde probleem. Ook hier zoent de homo niet op straat of in de plattelandsdisco. Het is te provocatief; de homo's weten dat ze dan slachtoffer worden van hoon, en soms zelfs van fysiek geweld. En dat is niet alleen het geval in kleine dorpen, maar ook in grote suburbane omgevingen zoals Almere.
Onlangs werd, door de Raad van State nota bene, de vrijheid van onderwijs bovengesteld aan het recht te zijn wie men is. De Raad bestendigde het besluit van een christelijke school een homoseksuele leraar te ontslaan vanwege zijn voorkeur. Dat is een groffe miskenning van de vrijheid van wezen. Over dit oordeel hebben we Wilders niet gehoord: hij lijkt hierin te berusten.
Blijkens deze voorbeelden moeten we ons afvragen of de homo-emancipatie in het algemeen niet te weinig ontwikkeld is. We kloppen ons te vaak op de borst dat we het, hier in Nederland, zo goed geregeld hebben. Een homohuwelijk, en homoseksualiteit is niet strafbaar. In sommige landen worden mensen opgehangen en gestenigd omdat ze homo zijn. In andere landen worden feestelijke Gay-prides door de politie met grof geweld neergeslagen, of wordt door de politie toegekeken hoe rechtsextreme groeperingen dat klusje voor hen opknappen. In Amerika is slechts in een beperkt aantal staten het homohuwelijk mogelijk, en ook in Europa zijn een aantal landen nog ver van erkenning van het homohuwelijk. Op institutioneel gebied doen we het aardig.
Maar het belangrijkste is dat homoseksualiteit, of minder gangbare seksuele voorkeuren in het algemeen, nog niet in de vezels van de samenleving geworteld zijn. Nog altijd is, in geheel Nederland, homoseksualiteit een niet-geaccepteerd verschijnsel. En dat uit zich in de beperkte bewegingsvrijheid die homoseksuelen hebben.
Bijna traditioneel hebben homo's slechts een beperkte ruimte waar ze zich, naar hun eigen identiteit, kunnen bewegen en kunnen uiten. Om het simpel te zeggen: buiten de reguliersdwarsstraat en enkele gaybars, is het voor homoseksuelen, oppassen geblazen. Zoals in landen waar homoseksualiteit verboden is, worden ze, door de sociale druk, gedwongen hun werkelijke aard verborgen te houden.
Die sociale druk wordt niet alleen opgelegd op het platteland, maar ook in de stad. De veroordeling van homoseksualiteit gebeurt vrijwel louter op religieuze gronden: protestanten, katholieken en moslims vinden vaak dat homoseksualiteit niet binnen de traditionele waarden en normen van hun geloof passen. Er zit, wat dat betreft, geen enkel verschil tussen die religies.
De stad zou de plek moeten zijn waar homo-emancipatie bloeit. Maar ook in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag blijkt de ruimte om je als homo vrij te bewegen, beperkt. Terwijl ons juist was voorgehouden dat de stad de plek was waar homoseksualiteit geaccepteerd werd. Maar dat homoseksualiteit in Nederland geaccepteerd is, is een onjuist beeld van de werkelijkheid. De jonge homo die ik sprak dacht zich in Amsterdam vrij te kunnen bewegen en uiten, maar buiten de reguliersdwarsstraat, moest hij oppassen. Hij werd vaak aangesproken op zijn gedrag door “Marokkaanse” jongens. En dat maakte hem heel kwaad.
Toen ik langduriger met hem in gesprek was, kwam ik er achter dat hij dit gevoel allang kende. Zijn klasgenoten in het plattelandsdorp. Hij had zich nooit durven uiten, omdat zijn seksuele voorkeur in zijn geboortedorp niet geaccepteerd werd. Zijn ouders hadden jarenlang moeite gehad de homoseksualiteit van hun zoon te aanvaarden, maar hadden hem uiteindelijk niet laten vallen. En toen hij naar Amsterdam kwam om volop van zijn seksuele vrijheid te gaan genieten, bleek hij wederom in een bekrompen stad te zijn beland.