Die Leen van Frisia was een vrolijk uitziende dertiger. Het modelgezinnetje dat een auto, een dakkapel, een nieuwe caravan en een hond kocht via lenen.nl – een jaar of 40. En Dirk Scheringa, dat is een vent van 60. Origineel verwekt in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, grootgebracht in de tijd van de wederopbouw.

In de jaren na 1968 stond hij niet op de barricaden, maar hij profiteerde er wel van. Toen verdiende hij namelijk zijn geld met het neerslaan van demonstraties. Zijn medebabyboomers waren van plan de mondigheid van de burger, en de vrijheid van eigen-handelen flink te vergroten. Los van de vermaledijde verzuiling.

Scheringa had een scherp voorgevoel; de toekomstige generatie zou behept zijn met een koopwoede. Shoppen werd een hobby, een onbetaalbare auto een must, een te groot koophuis de normaalste zaak van de wereld. Scheringa startte een bedrijfje in lenen, om dat allemaal mogelijk te maken. Hij had alle ruimte, want dit was precies waar zijn generatiegenoten voor gevochten hadden. Politici en bankiers: ze stonden er bij te juichen.

Maar de babyboomgeneratie verliest langzaam maar zeker de macht: het zijn de 40-ers die de touwtjes in handen hebben. De generatie die ons het idee gaf dat alles kon en alles mocht, wordt ingehaald door een generatie die zich de crisis van de jaren 80 nog wel kan herinneren. Vroeger had een type als Scheringa de premier direct aan de lijn om problemen met Leen onder het tapijt weg te kunnen schuiven. Nu neemt de minister president niet op: hij heeft er genoeg dat zijn eigen generatiegenoten worden beduveld.

Hoewel sommigen nog denken dat Dirk de reddende engel is, weten Balkenende en Bos wel beter. Een generatiekloof tussen babyboomers en de verloren generatie tekent zich af. Maar ook een kloof tussen degenen die graag blijven geloven in de luchtkastelen, en degenen die al met hun voeten op de grond zijn geland. Babyboomers vertellen graag sprookjes, en het getuigt van visie als je daarin niet meer geloofd.