Volgens een conceptrapportage van een door het ministerie van binnenlandse zaken geformeerde groep wetenschappers is de PVV extreem-rechts. De twee belangrijkste argumenten daartoe zijn dat de partij islamofobie predikt en systeemhaat tegenover de overheid aanmoedigt. Die analyse snijdt hout, en is dus gerechtvaardigd.

De reactie van Wilders is voorspelbaar. Hij beschouwt zijn partij als uiterst democratisch. Daar valt wel wat op af te dingen. De partij kent bijvoorbeeld slechts een lid. Maar bovenal is er het inhoudelijke standpunt: een democratische partij erkent democratische instituties, en de daarbij behorende mores.


Het is goed om, aan de hand van de door Hans Moors, Bob de Graaff en Jaap van Donselaar gebruikte criteria werkelijk inzicht te krijgen in de politieke positionering van de PVV. En dat de PVV zichzelf liever omschrijft als middenpartij doet daar niets aan af. Het is juist belangrijk voor de potentiele kiezers. Die weten dan wat voor vlees ze in de kuip krijgen als ze Wilders kiezen. De door de PVV ingenomen standpunten in de Tweede Kamer en daarbuiten geven al weinig ruimte voor discussie over hun positie in het politieke spectrum.

De PVV stemmer bestaat niet. Kiezers stemmen om verschillende redenen op Wilders. Het algemene beeld is wel redelijk eenduidig: het zijn met name autochtonen, tussen 35 en 50 jaar, en lager opgeleid. Maar dat beeld is te simpel, en zegt weinig over de motieven van de potentiële kiezers. Uitgebreide analyse van het kiezersarsenaal dat potentieel op de partij stemt geeft een verscheidener beeld.

In het zaterdagmagazine van NRC stond onlangs een uitgebreid achtergrondartikel waarin Wilders stemmers onder de loep werden genomen. Ook dit bleek een vertekend beeld: hier waren alleen mensen geinterviewd die zich eens hadden opgegeven voor een bijeenkomst van de PVV, en die er nog steeds ronduit voor uit kwamen te stemmen op de partij. Deze harde kern komt niet veel verder dan de inhoudelijke overeenkomst dat de Islam een gevaar is voor de Nederlandse samenleving, en dat door de Linkse elite de vrijheid om dingen te zeggen wordt ingeperkt. Daarbij is deze groep kiezers ook nog op zichzelf gefixeerd, wijst het solidariteit met allochtonen af, en zijn ze op zoek naar een figuur met leiderschap.

Maar de harde kern vormt slechts een beperkt deel van het potentiële electoraat. Deze harde kern ligt inhoudelijk dicht bij Wilders, en ziet in hem ook nog een leider. Het is een groep mensen die xenofobe standpunten hebben, en een nationale solidariteit koesteren.

Maar de 28 zetels die Wilders in de peilingen heeft komen niet alleen van xenofobe, racistische of naar leiderschap hunkerende kiezers. Niet iedereen die PVV zegt te gaan stemmen is zelf extreem-rechts. Het is dus de taak van politici, media en wetenschappers Wilders te ontmaskeren, zijn natuurlijke kiezers de volledige vrijheid te gunnen op hem te stemmen, maar diegenen die niet extreem-rechts zijn daarvan te weerhouden. Ook daarbij geldt natuurlijk dat een stemmer een verkeerde keuze kan en mag maken.

Het huidige potentieel aan Wilders stemmers is in de peilingen groot. Grofweg zijn er drie categorieën te onderscheiden van de kiezers. De eerste groep is de groep die om inhoudelijke redenen op de PVV stemt. Die heb ik hierboven al kort beschreven.

Een tweede groep is de proteststemmer, dat is een niet te verwaarlozen groep kiezers die, welk beleid er ook gevoerd wordt, daar tegen is. Wilders maakt hier handig gebruik van door constant te wijzen op “slechte beslissingen,” die tot stand gekomen zijn zonder naar de “burger te luisteren.”

Bij de vorige landelijke verkiezingen was het met name de SP die de proteststem wist te verzilveren, maar ook die gigantische winst kan de groep proteststemmers niet tevreden stellen. Al zou de SP in het kabinet zitten en hun hele programma hebben kunnen uitvoeren, dan nog was deze groep niet tevreden geweest. Er valt gewoon te veel te klagen, en deze groep kiezers klaagt over zeer veel verschillende dingen. Het antwoord op de proteststem is nog niet gevonden. Maar tot nu toe blijkt geen enkele oppositiepartij langdurig een grote groep proteststemmers aan zich te kunnen binden.

Dan is er nog de meewaaistemmer. Die stemt op die politicus die het populairst is. En die populariteit is afhankelijk van meerdere factoren. De laatste jaren zijn er wel duidelijke trends zichtbaar: macht is sowieso niet populair, slachtofferschap zijn maakt iemand geliefd. Ik snap niet helemaal waarom dat zo is, maar het lijkt er op dat burgers zich gemakkelijker kunnen herkennen in Don Quichote die tegen windmolens vecht, dan de Molenaar die de windmolens draaiende houdt.

Het lijkt er ook op dat zichtbaarheid in traditionele media (krant en tv) de populariteit vergroot. Het is hierbij niet zozeer hetgeen wat de politicus zegt, alswel hoe vaak zichtbaar deze het zegt, en hoe vaak dit herhaald wordt. Ook hierbij geldt wederom dat het standpunt van een politicus die in de regering zit of in een regeringspartij actief is, bijna per definitie niet ter zake doet. De populariteit van een partij stijgt naarmate deze luider en vaker zegt: we zijn het er niet mee eens. In het geval van de PVV is dat echter nog wat te slap uitgedrukt. Die houden het meer op: “dit is knettergek, klinkare onzin.” en andere krachttermen.

De meewaaistemmer kiest een populaire partij, en die populariteit wordt afgemeten aan peilingen. Een partij wordt populair als meerdere mensen in opinieonderzoek zeggen op deze partij te gaan stemmen. En de kiezer op drift bestaat uit de proteststemmer en de meewaaistemmer. De proteststemmer is de eerste die overstapt naar een partij zoals de PVV. De meewaaistemmer volgt hem.

De proteststemmer bindt zich tijdelijk aan een oppositiepartij die zich op dat moment het duidelijkst tegen de zittende macht keert, de meewaaistemmer zien dan de populariteit van een partij stijgen, en verward deze populariteit en zichtbaarheid met resultaatgerichtheid. Dat is jammer, maar het vereist dan ook vrij veel verdieping in de politiek alvorens de echte resultaten van iemands politiek handelen duidelijk te kunnen krijgen. Ergens tegen zijn is nog altijd makkelijker dan iets echt bereiken.

Een partij bestempelen als extreem-rechts gebeurt niet zomaar. Stemmers, met name zij die kiezen uit een negatieve overweging, moeten zich terdege bewust zijn van de keuze die zij op het punt staan te maken. Ook al willen ze protesteren tegen de zittende macht, dan nog is het zaak hen te confronteren met de werkelijke agenda van de partij waartoe zij geneigd zijn te stemmen. Het is een onderdeel van het democratische recht voldoende geďnformeerd te worden. Het is ook onderdeel van de democratische plicht van burgers serieus over de consequenties van hun keuze na te denken. Met name voor proteststemmers geldt dat ze zich wel moeten afvragen wat ze zelf echt willen, en daarop hun keuze baseren. Het benoemen van de juiste positie van de PVV in het politieke spectrum, moet met name bij hen kritische reflectie bevorderen.