De afgelopen weken is politieke polarisatie middelpunt van aandacht. Politici en media laten zich meeslepen in een debat dat hooguit gaat over definieringskwesties. En dat geldt niet alleen voor het debat over of partijen rechts of links zijn, het geldt ook voor het debat of een willekeurig onderwerp een probleem is. Er worden grote woorden gebruikt om van muggen olifanten te maken; probleempjes, incidenten en politieke uitspraken doen mensen op tilt slaan. En steeds vaker dringt de vraag zich op: waar gaat dit over?

Een klaagzang is zo geschreven. Oppositie voeren is gemakkelijk. Ergens tegen zijn is niet alleen eenvoudig, het levert ook nog grote electorale winsten op. Negativisme is het toverwoord. Met een positieve grondhouding, een optimistische wereldbeeld en vertrouwen in mensen en de toekomst, word je afgeschilderd als naïef en irreëel. Op de toestand van de wereld is slechts een reactie mogelijk: het is rampzalig, en het wordt nog erger.
Onze blik is naar achteren gericht. Het afgelopen twee decennium worden we gedwongen om naar onze geschiedenis te kijken, en mogen we er maar een ding over zeggen: Toen was alles beter. Na de Tweede Wereldoorlog was er een groot geloof in vooruitgang. De wederopbouw verliep in razend tempo. En bij die wederopbouw hoorde niet alleen het bouwen van huizen, maar vooral het opzetten van een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen.

In de jaren 60 werd de samenleving van zijn beklemming ontdaan. De verzuiling werd omvergeworpen, de secularisering zette door. De babyboomgeneratie greep de macht in politiek en bedrijfsleven. En ging zijn verworvenheden beschermen. Migranten mochten naar Nederland komen om de vuile klusjes op te knappen. Toen de economische neergang in de jaren 80 insloeg als een bom, werd de jeugd naar de kaartenbakken en permanente werkloosheid verwezen. De punkgeneratie schreeuwde de goede bedoelingen van de babyboomers van zich af.

En wij, jong volwassenen, zijn opgegroeid in een tijdperk waarin we alleen optimistisch over mochten zijn. Nederland stikte in de rijkdom, banen waren voor het oprapen, bonussen waren de normaalste zaak van de wereld. In onderhandeling met onze nieuwe werkgevers werd een dikke leasebak, verhuispremie, en een periodieke bonus afgesproken. En jaarlijks mochten we 3 krijtstreeppakken declareren om er vooral representatief uit te zien. Ondertussen paste de babyboomer zorgvuldig op zijn opgebouwde imago: alles kon alleen maar beter gaan.

Dirk Scheringa is het mooi voorbeeld van de leugen die dit spelletje bleek te zijn. De leugen dat van ongebreidelde groei. De generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt opkwam probeert al jaren irreële belofte te doorbreken. En nu zijn wij aan de beurt. We hebben de financiële crisis zien ontstaan, in razend tempo zijn banken geklapt en is financiële zekerheid van honderdduizenden mensen uiteengespat. We hebben de klimaatcrisis zien ontstaan, en de stelselmatige weigering daar iets aan te doen. We hebben ontwikkelingslanden zien afglijden naar deplorabele toestanden. En ondertussen steken we de kop in het zand.

Politieke polarisatie belemmert het ingrijpen in die fundamentele problemen, om zo onze toekomst veilig te stellen. Het is een rookgordijn dat opgetrokken wordt. In plaats van de grote uitdagingen voor de toekomst met beide handen aan te grijpen, wordt de discussie gefocust op definiëringen, op de grote woorden, en op een constante stroom van negativisme. Het chagrijn van Nederland is in de politiek allesoverheersend. Enerzijds door de generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt betrad en nu eindelijk willen profiteren van de rijkdom die de babyboomer hen niet gunde. Anderzijds door de angstige babyboomer die steeds meer zijn machtsbasis verliest.

Maar dit artikel is een positief verhaal. Dit is een verhaal dat die schijnbare tegenstelling probeert te overbruggen. Generaties hebben zich in loopgraven verschanst en proberen elkaar er uit te lokken. De generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt betrad probeert de vinger op de zere plek te leggen: er is geen normbesef meer, de in de jaren 60 gekomen minderheden veroorzaken overlast, de sociale zekerheid wordt uitgekleed omdat het niet aanzet tot werken, en het strafrecht is veel te soft. Maar bovenal wordt de verscheidenheid, door de babyboomers gevierd, de grond in gedrukt. Uniform gedrag wordt gepredikt, voorspelbaarheid wordt gekoesterd, veiligheid wordt gepropageerd.

De focus die daarin wordt gehanteerd is gericht op de geschiedenis. Het is een constant defensieve houding. De jaren 80-jongeren denken dat hun decennia lang van alles misgund is. In een stelselmatig slachtofferschap wordt steeds gewezen op de foutjes die de generatie daarvoor heeft gemaakt. Om hun leed uit te vergroten wordt in het huidige politieke debat dan ook regelmatig, en slechts, gewezen op allerlei summiere misstanden. Het grote verhaal is volledig weg. Het gaat niet uit van een visie op de toekomst. En dat wringt. De geschiedenis moet juist gebruikt worden als aanknopingspunt om de uitdagingen van de komende decennia aan te gaan.

De financiële crisis heeft de onhoudbaarheid van het huidige economisch systeem ten dele aangetoond. De klimaatcrisis vraagt om een voortvarende aanpak. En de politieke polarisatie vereist een antwoord in rust, argumentatie en ratio. Als we dat voorstellen trappen oudere generaties op de rem. Discussies verzanden, ze spelen zich af op de vierkante centimeter. Voortschrijdend inzicht wordt verward met draaien. De stellingen worden betrokken, het hoogste doel is tot einde het debat de poot stijf te houden. Geen enkel argument wordt echt serieus genomen, andermans ideeën worden niet overwogen, en het zoeken naar overeenstemming is de eer te na.

We kunnen de uitdagingen van onze tijd veel gemakkelijker aan dan ons wordt voorgehouden. En dat alles kan alleen worden gerealiseerd door durf, en een positieve grondhouding. Veranderingen zijn niet alleen nodig, ze maken het leven ook een stuk prettiger en zekerder. Een moderne blik op de toekomst is essentieel. Daarvoor moeten we met distantie naar onze eigen situatie kijken, de waarde van ons eigen gedrag weer inschatten, en zo nodig veranderen. Zelfreflectie behoort onherroepelijk tot het nieuwe optimistisch programma.

We moeten terugkeren, en hoop putten, uit het idee van de beïnvloedbare samenleving. Het lukt alleen als we ons beseffen dat individueel gedrag bouwsteen is van collectieve actie. Iedere persoon kan het verschil maken om het negativisme van ons af te schudden. Het maakt niet uit hoe klein dat verschil is.

In de beïnvloedbare samenleving staat het individu centraal. U kunt denken dat dat nu ook zo is, maar dat is een farce. Mensen worden nu steeds meer gedwongen zich te gedragen conform standaarden die we als “normaal”en “aangepast”beschouwen. In het positief georiënteerde samenleving doen keuzes er werkelijk toe. De keuze voor eigenheid, een eigen identiteit, is een fundament om de maatschappij te ontdoen van pessimisme.

Momenteel overheerst een starre houding. Mensen worden door regels en strenge normen in een keurslijf gedrukt. Maar burgers vragen ook bij iedere rimpeling, iedere oneffenheid die hun leven minder plezierig maakt om overheidsingrijpen. Om strenge straffen, verandering van beleid, en ingrijpen in de fysieke situatie. De politiek gaat daar klakkeloos in mee. Zo wordt vermijding van risico's een politieke taak. Die vermijding is zo ver doorgevoerd, dat het ambitieniveau van de politiek daar onder lijdt. Idealen zijn not done. De meest voorkomende reactie op politieke uitdagingen is krampachtigheid.

De beïnvloedbare samenleving is anders dan de maakbare samenleving. Het is een samenleving waarin we mensen stimuleren, uitdagen en prikkelen eigen initiatief te nemen. Niet ter eer en glorie van het individu, maar voor profijt op microniveau van de eigen omgeving, en op macroniveau van de samenleving als geheel. Individuele kansen staan niet diametraal tegenover maatschappelijke verbeteringen – maar het vereist nieuwe standaarden.

We kunnen weer voorloper worden: in innovatie, tolerantie en vrijheid. Die drie aspecten hangen nauw met elkaar samen. Om dat te bereiken hebben we een omslag in ons denken nodig. We hebben een prikkeling nodig te doen waar we goed in zijn, onze talenten uit te buiten, en belangeloos voor elkaar in te zetten. Onze eigenwaarde moet geschat worden op basis van wat we voor de ander kunnen betekenen. Het collectief belang moet weer als individueel belang worden herkend. De eigenwaarde doet niet onder voor de collectieve waarde, en andersom. Individueel profijt is slechts nastrevenswaardig als daarmee de ander geen nadeel berokkend wordt. Concurrentie is er niet om elkaar de tent uit te vechten, maar om elkaar te verbeteren, van elkaars ideeën te leren, en nieuwe mogelijkheden te onderzoeken.

Onderzoek is kern van de nieuwe standaard. We moeten ons verdiepen in andermans interesses, in andermans drijfveren en andermans mogelijkheden. Angsten zijn er om overwonnen te worden, niet door risico's te vermijden, maar door ze aan te gaan en het hoofd te bieden. Onderzoeken, luisteren en kijken, steeds weer analyseren en beredeneren. Ze zijn essentieel voor het realiseren van nieuwe uitdagingen.

De prikkeling om nieuwe initiatieven op te pakken komt voort uit analyse. Interesse in de ander, in maatschappelijke fenomenen en de directe omgeving zijn het startpunt. Iedereen die leert kijken stelt zich vragen. En in symbiose met anderen ontstaat een nieuw creatief idee. Daarom is het essentieel nieuwe vormen van nieuwsgierigheid te propageren. Nu staat centraal dat mensen overal een mening over moeten hebben, maar dat leidt tot desinteresse en een oppervlakkige benadering. De vraag wat vind je er van moet worden vervangen door: hoe zit het precies? Waar komt het door? Hoe ziet iets er echt uit? Dat betekent dat we complexiteit moeten onderkennen, en dat we de neiging de maatschappij te vereenvoudigen moeten laten varen.

Van meningen hebben we al genoeg. Meningen zijn losse flodders waarover niet valt te discussiëren. De mening is slechts een normatieve interpretatie, doorspekt van eigenbelang, van een nauwelijks onderzocht fenomeen. Het draagt dus niet bij aan de stimulans verder te kijken dan de neus lang is. Een mening sluit te veel kansen uit.

De maatschappij is er niet om het individu te beknotten. Het individu is er juist om de maatschappij te laten bloeien. Dit uitgangspunt noemen we sociale individualisering. Buiten gebaande paden bewegen is in zo'n maatschappij een pluspunt, en geen negatieve normloosheid zoals het in het huidige tijdsgewricht wordt beschouwd. We moeten af van verkapte beschavingsoffensieven. Erkenning van verscheidenheid in individuele preferenties lokt nieuwsgierigheid en creativiteit uit.

Een optimistisch verhaal is een ambitieus verhaal. Die ambitie past ook bij de uitdagingen waarvoor we oplossingen moeten vinden. De economische crisis vereist een antwoord dat verder gaat dan boekhoudkundige trucs. De klimaatcrisis begint nijpend te worden: we moeten nu met volle vaart de opwarming van de aarde stoppen. De internationale verhoudingen moet leiden tot een heroverweging in handelsbelangen en oplossingsgerichte interventies. En de democratische crisis vraagt om een oplossing waarin we het idee opheffen dat de overheden overal een antwoord op moeten hebben. Doorgaan op de oude leest leidt onherroepelijk tot een herhaling van zetten. En we merken steeds duidelijker dat dat een dood spoor is.

Ook hierin is een ontwikkeling naar sociale individualisering belangrijk: individuele verantwoordelijkheid voor de sociale consequenties van het eigen handelen. Mensen zouden zich regelmatig af moeten vragen in hoeverre hun eigen gedrag bijdraagt aan maatschappelijk optimisme. Aan oplossingen voor maatschappelijke problemen, of gewoon aan een prettiger omgang met anderen. Maatschappelijk optimisme komt voort uit tevredenheid met verscheidenheid, en het besef dat sociale consequenties van het eigen gedrag er echt toe doen.

In plaats van ons te verschuilen achter de rookgordijnen van valse belangen, ons volledig te storten in een alsmaar vergrootte kloof van politieke polarisatie, problemen te ontkennen, of problemen wel te onderkennen maar er geen oplossing voor te willen verzinnen uit angst voor negatieve reacties, stellen wij een nieuwe blik op de wereld voor. Dit is een positief stuk, een aanklacht tegen het pessimisme, en een oproep weer hoop te putten uit het idee dat we zelf, ieder individu, de wereld kunnen beïnvloeden. Daar zijn een aantal voorwaarden voor. We moeten meer onderzoekend, en minder opiniërend opereren. We moeten streven naar een sociale individualisering: ons individueel gedrag moeten we toetsen aan de sociale consequenties die het heeft. Het individu is er om de maatschappij te laten bloeien. Dit is een mooi vooruitzicht: creativiteit, tolerantie, innovatie en vrijheid zijn weer binnen handbereik. We moeten ons slechts ontdoen van het allesoverheersend negativisme. Aan u is de keuze.