Het minarettenverbod in Zwitserland wordt door sceptici als failliet van het referendum gevierd. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Het referendum blijft zijn kracht en nut behouden. Wat we moeten beseffen is dat er nogal wat fout was in de vraagstelling van het Zwitsers referendum, en dat de Zwitserse regering wel erg weinig heeft gedaan om een negatief oordeel te voorkomen. Een ander referendum had een andere uitslag gegeven. En een overheid die het publieke belang van bepaalde beslissingen niet kan uitleggen, doet zijn werk niet goed.


Allereerst de vraagstelling. De vraag die in Zwitserland gesteld werd was: Moet er een verbod komen voor meer minaretten. Ja of Nee. Dit is een vreemde vraag. Had men in plaats van minaretten gevraagd of er een verbod op windmolens moest komen, dan had men wellicht ook Ja gezegd. Want niemand wil een windmolen in zicht hebben: een hoog ding dat het uitzicht verpest en ook nog lawaai maakt.

Media vinden het minarettenverbod getuigen van racistische, xenofobe of islamonvriendelijk achtergronden. De vraag is of dat 100% waar is. Maar de vraagstelling leidt er toe dat di vraag wel gesteld kan worden, en niet kan worden uitgesloten dat de uitkomst rechtstreeks voortkomt uit bovenstaande negatieve redenen. Maar ja: je kunt ook tegen minaretten zijn omdat ze lelijk zijn, n dan stem je ook nee. Of omdat je ze te hoog vindt, dan stem je ook Nee.

De vraag die opgeld doet: moet je zo'n soort vraag stellen? Is het nodig deze vraag te stellen als je het instrument van referendum kent? Het antwoord is nee. Vragen die een indirecte inbreuk maken op de grondwet an sich kun je in de wet voor het referendum gewoon uitsluiten. Een algemene vraag zoals in het Zwitserse referendum werd gesteld is dan gewoonweg niet mogelijk.

Toch zou ook met bovenstaande uitzondering een referendum kunnen worden gebruikt om minaretten tegen te houden. Op lokaal niveau zouden actiegroepen referenda kunnen afdwingen tegen plannen om een islamitisch gebedshuis te bouwen. En ook dat moet je uitsluiten. Wat referendabel zou kunnen zijn bijvoorbeeld de hoogtes van gebouwen: niet de bestemming an sich. Dus of ergens een windmolen, een woontoren, een katholieke kerk of een moskee komt te staan is dan niet wat er gevraagd wordt.

“Mag er op een specifieke plek een toren van 50 meter hoogte worden geplaatst?” is een mooie vraag. Dat leidt niet tot xenofobe reacties, maar tot een uitspraak die werkelijk gaat over waarover we een oordeel moeten hebben. Namelijk op welke manier we de publieke ruimte willen invullen.

Dan het tweede deel. In Zwitserland stelde men de verkeerde vraag, maar deed de regering weinig tot niks om het oordeel van de bevolking de juiste kant op te sturen. Het publieke belang om minaretten toe te staan was nauwelijks voor het voetlicht gebracht. De campagne werd volledig onderschat. In de beeldvorming had het tegenkamp alle touwtjes in handen: ze waren professioneel, en waren eerder.

Dat een overheid het publieke belang van hun beslissing of hun gewenste beslissing niet duidelijk kan maken, is natuurlijk geen reden om tegen een referendum te zijn. Ofwel de beslissing is dan niet goed, ofwel de overheid doet zijn communicatieve werk niet goed. Wat kunnen we daar tegen doen: de overheid dient zich bewust te zijn van de mogelijke consequenties van een negatief of ongewenst oordeel dat uit een referendum naar voren komt, en daarop een goede campagnestrategie te bedenken.

Het referendum is, mits het aan een aantal voorwaarden voldoet, een goed instrument om burgers bij de complexiteit van publieke beslissingen te betrekken. Hoewel de complexiteit vervat is in een simpele, digitale, keuze (ja of nee), zijn de redenen, ofwel de argumentatie om tot die keuze te komen, de kern. Door een aantal zekerheden in het systeem in te bouwen kan het referendum niet worden misbruikt om ongrondwettelijke besluiten te forceren. Door een alerte en communicatieve overheid kan een referendum ook positief uitvallen. Een of enkele tegenslagen moeten ons niet weerhouden burgers meer betrokken te laten worden bij complexe publieke beslissingen. Alleen als we de bevolking de mogelijkheid geven daar direct invloed op uit te oefenen zullen ze hun verantwoordelijkheid serieus nemen, en zich in de materie verdiepen. Die democratische uitdaging kunnen we gemakkelijk aan.