<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Jelmer.Info</title>
    <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/</link>
    <description>&gt; de mening van jelmer uitentuis</description>
    <language>en-us</language>           
    <generator>Nucleus CMS v3.33</generator>
    <copyright>ï¿½</copyright>             
    <category>Weblog</category>
    <docs>http://backend.userland.com/rss</docs>
    <image>
      <url>http://www.jelmer.info/nucleus333//nucleus/nucleus2.gif</url>
      <title>Jelmer.Info</title>
      <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/</link>
    </image>
    <item>
 <title>Financiering Haider roept vragen op over donateurs Wilders</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=90</link>
<description><![CDATA[Vorige maand werd bekend dat Jörg Haider, de bij een verkeersongeluk omgekomen leider van de Oostenrijkse rechts conservatieve partij FPÖ, een geheime bankrekening had in Liechtenstein. Bij het uitpluizen van de financiën bleek Haider, een fel bestrijder van moslims in eigen land, flink te zijn gespekt door de Libische leider Kadhafi en de voormalig dictator van Irak Saddam Hoessein. Sommige aanhangers van Haider noemen het valse aantijgingen, maar mij verbaast het niks.Organisaties en landen die zich tegen de westerse wereld keren, hebben rechtstreeks belang bij het verdiepen van dat conflict. Op het moment dat een Deense cartoonist een spotprent over Mohammed maakt, roepen radicale moslims moord en brand, en zien zij daarin de bevestiging dat het westen tegen de Islam is. Dat geldt ook bij diverse uitspraken van de Iraanse leider Ahmadinejad tegen het westen. Hierdoor worden wij constant bevestigd in de idee dat de kloof tussen westerse waarden en die in islamitische landen niet te dichten valt. <br />
<br />
Degenen die voorop gaan in die “strijd tegen het westen” hebben er geen enkele behoefte aan als in die westerse landen wordt gereageerd met: “ach, het valt allemaal wel mee,” of “zo groot zijn die verschillen helemaal niet.” De beste bevestiging van de verderfelijkheid van het westen is dat mensen in het westen roepen dat er van moslims niks deugt.<br />
<br />
Toen Theo van Gogh werd vermoord vroeg ik me in eerste instantie af: waarom? Als je wilt dat de integratie van Marokkanen in Nederland lukt, ga je geen filmmaker omleggen. Totdat ik begreep dat het de dader er juist om te doen was dat de reactie van Nederlanders op deze verschrikkelijke moord zou zijn: en nu is het genoeg met al die moslims! De verderfelijkheid van de westerse wereld moest aangetoond worden door een reactie te ontlokken waarin wij alle moslims in Nederland deze moord in de schoenen zouden schuiven. Vandaar ook dat Mohammed B. de daad rechtvaardigde verwijzend naar de Koran.<br />
<br />
Haider haalde het bloed onder de nagels van Oostenrijkse moslims vandaan. En Khadafi en Hoessein genoten daarvan. Want daardoor was hun volk gemakkelijker te overtuigen van de gemeenschappelijke vijand, het westen. En daarop volgend kon Haider weer een stapje verder gaan.<br />
<br />
In Nederland doet Geert Wilders precies hetzelfde. Hij produceert een flutfilmpje, Fitna, waartegen moslims uit allerlei landen zich keren. En op 11 september zal hij spreken op een bijeenkomst tegen een islamitisch verenigingsgebouw in downtown Manhattan. In de provocatie ligt de kracht, en de reactie in Nederland is misschien al heftig, in de islamitische landen is het een bevestiging van de Nederlandse, en westerse afkeer tegen de Islam. Daar profiteert Wilders van, en daar profiteren radicale moslims van. <br />
<br />
De financiering van de PVV is een goed bewaard geheim. Er wordt vanuit gegaan dat een deel van die financiering komt vanuit Amerika. Van de aan de conservatieve vleugel van de Republikeinse partij gelieerde organisaties, en zionistische Joodse organisaties, waarbij Wilders een graag geziene gast is. Een radicaal islamitische organisatie zou prima in dit rijtje van financiers thuis kunnen horen. Immers, die vinden het maar wat prettig dat Wilders de taal uitslaat die hij bezigt. Zowel Wilders, als radicaal islamitische organisaties hebben baat bij het voortbestaan van Wilders' beweging. En de publicatie van de Haidergelden werpt, mede, dat dubieuze licht op de financiering van de PVV.<br />
<br />
Omdat Wilders' partijfinanciering niet openbaar is, een lacune in het Nederlandse politieke systeem,  is de verdenking gerechtvaardigd dat degene die hij als zijn grootste tegenpool beschouwd wel eens zijn grootste financiers kan zijn.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=90</comments>
 <pubDate>Fri, 13 Aug 2010 11:57:38 +0200</pubDate>
</item><item>
 <title>We gaan ons opmaken voor ronde nummer zoveel van deze formatie</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=89</link>
<description><![CDATA[De formatie is zich momenteel aan het toespitsen op een rechts kabinet. Dit nadat eerst uitgebreid een paars plus combinatie is onderzocht. De VVD wil het liefst een middenkabinet, en dus moet eerst gekeken worden naar hoe het CDA kan worden betrokken in welke formatie dan ook. Rechts is voor de op dit moment pratende partijen een slechte optie, en komt er dus niet. De huidige gesprekken zijn er slechts om twee redenen: 1) Maurice de Hond's peilingen lieten zien dat de PVV te weinig kans had gekregen in de formatie waardoor die partij enorm aan het stijgen was in de virtuele verkiezingsuitslag ten koste van de VVD, en 2) als het CDA betrokken kan worden in een middenkabinet, wil de VVD graag een zo rechts mogelijk uitgangspunt creëren.Laat ik met het tweede punt beginnen: het CDA heeft fors verloren, en volgens de nieuwe leider, Maxime Verhagen, past in de formatie enige bescheidenheid. Dat dachten wij ook. Maar om een rechts- of middenkabinet aan een meerderheid te helpen zijn ze echt nodig. Het CDA weet ook dat het zijn huid zo duur mogelijk moet verkopen. Dat kan door te doen alsof je niet wil, en dan, omdat je zoveel inhoudelijke puntjes hebt binnengehaald, je deze kan niet kan laten schieten. Het CDA had geen zin, en gebruikte dat ook om die inhoudelijke onderhandelingsruimte te creëren. Nu worden ze, in het landsbelang natuurlijk, toch bij de formatiegesprekken betrokken, en wordt gekeken hoe ver de partij wil gaan om toch in de regering plaats te nemen. <br />
<br />
Het doel van de VVD in deze is te kijken of een middenkabinet er in zit: daarbij wil de VVD vooral dat het CDA en de VVD zoveel mogelijk op een lijn zitten tegenover de, immer dwarse, PvdA. <br />
 <br />
Waarom ga ik er van uit dat de VVD eigenlijk niet over rechts wil. Dat is een optelsom van verschillende delen. De argumenten kort op een rijtje: 1) een regering met CDA en PVV kan niet rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer, en moet dus dealen met extra partijen om begrotingen rond te krijgen. Daardoor wordt de regering weinig daadkrachtig. De VVD wil noodzakelijke hervormingen doorvoeren om zo de economie weer uit het slop te trekken, met een rechts kabinet is dat niet mogelijk. 2) Het CDA is momenteel op zoek naar zichzelf: een instabiele factor, gezien de leiderschapscrisis en het forse verlies aan zetels. 3) Ook van de PVV kan niet worden gezegd dat het een stabiele factor is. Maar dat valt wel uit te proberen. Echter: de voortekenen zijn weinig hoopgevend. Het duurde nog al een tijdje voordat de partij aan de onderhandelingstafel wilde gaan zitten. En qua inhoudelijk programma zijn ze weinig vertrouwenwekkend omdat ze direct na de verkiezingen hun enige “breekpunt” al overboord zette. Daarnaast liet de PVV al regelmatig doorschemeren dat de partij eigenlijk meer ziet in gedoogsteun voor een VVD-CDA kabinet. 4) De beperkte marge die deze combinatie heeft in de Tweede Kamer betekent dat er rekening moet worden gehouden met ongeveer alle individuele eisen die Tweede Kamerleden aan voorstellen geven. 5) Inhoudelijk verschillen VVD, PVV en CDA behoorlijk van elkaar. VVD en CDA staan diametraal tegenover het economische programma van de PVV. En met name het CDA (maar ook de liberale vleugel van de VVD) staat in een patstelling tegenover het morele programma van de PVV. Hoe ze hier uit willen en kunnen komen is volstrekt onduidelijk; het levert in ieder geval een constante bron van conflict op binnen de eventuele coalitie. 6) Wilders heeft een appeltje te schillen met Rutte, en niet zo'n kleintje ook. Immers Rutte was degene die Wilders de VVD uit zette. Wilders ziet in de winst van zijn PVV zijn gelijk dat de VVD eigenlijk naar rechts had moeten buigen. Zeker als de PVV blijft groeien in de peilingen, zal Wilders dit vuurtje flink gaan opstoken. <br />
Kortom: voor de VVD is een rechtse coalitie op rationele gronden net zo'n horrorcoalitie als voor de rest van het land.<br />
<br />
Aanstaande zaterdag zullen de politiek leiders van VVD, PVV en CDA bekend maken of ze wel of geen coalitie met elkaar willen proberen te formeren. Tot nu toe lijkt er weinig op te wijzen dat ze daar niet toe komen, als je ten minste de media mag geloven. Maar ja, zaterdag kan nog prima blijken dat er helemaal geen grond is om een coalitie op te bouwen. En ik ga daar, zoals u gelezen hebt, van uit. De VVD zal dan aandringen op een middencoalitie. En als de drie partijen daar weer niet uit komen, zal het hele circus overnieuw beginnen.<br />
<br />
Waarom zou de VVD dan toch niet eerder hebben gekozen voor een variant met PvdA, D66 en GroenLinks. Daarover is onderhandeld, en de partijen zijn er niet uitgekomen op basis van 3 punten: hoeveel er bezuinigd zou moeten worden, hoe om te gaan met de discussie over de woningmarkt, en over hoe we om moeten gaan met mobiliteitsvraagstukken. Drie punten waarop best een compromis mogelijk zou zijn geweest, mits de VVD vooraf en vooral tijdens de onderhandelingen niet was geconfronteerd met de massale weerstand die er bij zijn achterban was tegen deze coalitie. <br />
<br />
Maurice de Hond peilde dat de PVV enorm aan het groeien was, dat maar 8% van de VVD stemmers deze coalitie zag zitten. Het CDA was al bezig met het te pas en te onpas gebruiken van de term “PaarsPluche” de coalitie zwart te maken, en ook rechtse media als De Telegraaf en Elsevier pleitten hartstochtelijk voor afkappen van de besprekingen. Voor de VVD een teken: wegwezen hier. Dat was natuurlijk jammer voor D66, GroenLinks en PvdA, want voor hen was deze coalitie waarschijnlijk het aantrekkelijkst geweest. De VVD ontbeert het in deze gewoonweg aan lef: met de onnatuurlijke coalitie hadden ze wel kunnen hervormen op gebieden als sociale zekerheid en onderwijs. En, dat was nog uitgevoerd ook.<br />
<br />
De VVD durfde dat niet aan. Bang om bij de volgende verkiezingen afgestraft te worden door de rechts georiënteerde kiezer. Het risico van een succesvol kabinet versus de zekerheid van een vleugellam kabinet. Rutte kiest het liefst voor het laatste. Of eigenlijk, voor een kleurloos kabinet dat lekker in het midden laveert.<br />
<br />
Nu de rituele dans met PVV en CDA bijna afgerond is, kan Rutte kiezen voor het project waarvan hij weet dat het uiterst discutabel is en waarbij hij binnen korte tijd de geschiedenisboeken in kan gaan als de premier die het nog slechter deed dan Balkenende in zijn 5 kabinetten. Of kiezen voor een kabinet waar het CDA de lakens uit deelt. Inhoudelijk is dat voor de VVD de beste optie, qua stabiliteit niet. Qua stabiliteit had hij gewoon naar PaarsPlus moeten gaan. En dan is er nog het probleem: krijgt hij in zo'n middencoalitie de PvdA dan aan boord. En wat zou Maurice de Hond er van vinden? We gaan ons opmaken voor ronde nummer zoveel van deze formatie.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=89</comments>
 <pubDate>Thu, 29 Jul 2010 13:50:28 +0200</pubDate>
</item><item>
 <title>Paars Plus: enige kans op stabiele coalitie.</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=87</link>
<description><![CDATA[De Joodse konktie, is een prachtige, door Harry Mens bedachte complottheorie. Mens heeft niks met PaarsPlus. Joden wel. Dus hebben Rosenthal, Cohen en Asscher het op een akkoordje gegooid, met Mark Rutte als speelbal, en Geert Wilders als grootste slachtoffer.<br />
Ik snap best dat Rutte zich niet voor zo'n karretje wil laten spannen. En dus lekker onwillig de Paarse onderhandelingen in is gegaan. Het enige probleem: de koningin wil, bij monde van Herman Tjeenk Willink, Paars. Of: misschien wil Rutte het zelf ook wel, maar weet hij ook dat zijn achterban eerst flink gemasseerd moet worden.<br />
Onze nationale grijze plaat heeft inmiddels PaarsPlus als nachtmerrie bestempeld. Hij, politiek leider van de PVV, wilde het liefst met Maxime Verhagen en Mark Rutte om tafel. Geen wonder dat Rutte dat niet zo zag zitten. Ok, hij nodigde de grijze plaat nog uit aan tafel, niet eenmaal, niet tweemaal, niet driemaal, maar het antwoord bleef Nee. En Verhagen zei ook nee, en daarmee was de cirkel rond. VVD kan niet anders dan zonder de PVV gaan regeren. Wat een zegen voor het land.<br />
<br />
De vraag was natuurlijk: wilde de grijze plaat nu wel of niet regeren. Natuurlijk niet, want dan had hij zonder het CDA een mooi akkoord in elkaar kunnen draaien en dan tegen Maxime kunnen zeggen: doe je mee? Of had hij het toch willen doen, en heeft Rutte zo lang zitten hameren op dat het CDA zo snel mogelijk aan tafel zou moeten zitten, dat de grijze plaat niet meer terugkon.<br />
<br />
De reden voor de PVV om in het kabinet te gaan is niet om inhoudelijk iets binnen te halen. Hun irreële programma staat mijlenver weg van het VVD program. Echter, de politiek leider heeft nog een appeltje te schillen met Rutte. En wil ontzettend graag premier worden. Het horrorkabinet, VVD-PVV-CDA, zou binnen een jaar vallen. En de grijze plaat heeft de gave om daarvan de schuld volledig bij Rutte neer te leggen. Resultaat: Rutte wordt neergezet als instabiele leider, Balkenende 2, en het alternatief is dan dus... de grijze plaat.<br />
<br />
Rutte moet dus kiezen voor een stabiele coalitie. Het CDA geeft die garantie niet. Die is gehalveerd, moet zich opnieuw profileren. En daarbij: de afgelopen jaren is gebleken dat met het CDA niet samen te werken valt. Ongelofelijk. De partij denkt nog steeds, op basis van een zeer smalle meerderheid of nu zelfs een fikse minderheid, dat ze de tijd van Lubbers overleefd hebben. Alias, 60 zetels, geen verantwoording schuldig aan de coalitiepartner want die mag al lang blij zijn dat ze überhaupt 1 puntje binnenhaalt. De ChristenDemocraten kennen maar een machtspositie, en dat is die van de allergrootste, allesbepalende. <br />
<br />
In een kabinet waarin het CDA niet de dienst uitmaakt gaat het CDA niet zitten. Dus laat Rutte of al het kaas van zijn brood eten, of hij gaat aan de slag met coalitiegenoten waarmee te onderhandelen valt. Als Rutte niet binnen de kortste keren zijn positie als grootste partij wil kwijtraken, moet hij niet met de PVV of CDA gaan regeren. Er blijft dus letterlijk slechts een keuze over.<br />
<br />
En dan weet Rutte ook dat hij alleen een stabiel kabinet kan formeren als hij dat met PvdA, D66 en GroenLinks doet. Winnen kan PaarsPlus als de economie de komende jaren aantrekt, en als het kabinet 4 jaar blijft zitten. Dan kan Rutte straks tegen kiezers zeggen: in tegenstelling tot Balkenende lukte het me wel een kabinet neer te zetten dat de economie redde en 4 jaar zonder veel problemen doorkwam. <br />
<br />
Waarom roept Rutte dan nu zo hard dat hij het eigenlijk niet wil. Omdat hij onderhandelingsruimte wil creëren. Doorzichtige truc. Maar hij weet ook dat dit de enige manier is om ooit premier te worden. Laat hij de coalitiebesprekingen klappen, dan kan hij inpakken.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=87</comments>
 <pubDate>Thu, 8 Jul 2010 14:48:04 +0200</pubDate>
</item><item>
 <title>Geef burgers het vertrouwen dat hun individuele keuzes er toe doen.</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=86</link>
<description><![CDATA[<i>Twee opdrachten voor Groenlinks: Vertrouw in mensen en eis duidelijke uitleg van het publieke belang bij beslissingen. Een referendum is daartoe een uitstekend middel</i>.<br />
<br />
Het referendum werd, mede door toedoen van Dwars, door het GroenLinks congres uit het verkiezingsprogramma geschrapt. De discussie over dit punt duurde slechts enkele minuten. Het referendum is echter meer discussie waard. Daarom is het goed dat Femke Halsema haar pleidooi voor referenda doorzet. Het referendum is op oneigenlijke gronden afgeschoten, en moet zo snel mogelijk terug in ons program. Een fundamentele discussie over de democratische beginselen van GroenLinks moet worden gevoerd. Wat mij betreft kan die, op het punt van het referendum, maar een uitkomst hebben: daar zijn wij voorstander van.<br />
Een democratie vergt onderhoud. Het is een systeem dat constant flexibiliteit en alertheid vereist van de burger. De kiezer moet zich verdiepen en moet zich verhouden tot nieuwe ontwikkelingen. Maar essentieel daarin is dat de kiezer ook het idee heeft werkelijk bij te dragen aan de gang van zaken. De burger krijgt eenmaal per vier jaar het vertrouwen iets te zeggen over de samenstelling van het parlement, en moet daarna alle vertrouwen leggen in die volksvertegenwoordiging.<br />
<br />
Meer vertrouwen aan de kiezer geeft onze representatieve democratie niet. Alleen als kabinetten vallen kunnen we vaker naar de stembus. Tussendoor zijn besluiten, die alle burgers treffen, voorbehouden aan een zeer select gezelschap. Er zijn verschillende redenen om die praktijk te veranderen.<br />
<br />
Allereerst is geen kiezer het volledig eens met het gehele programma van de partij waarvoor hij of zij kiest. In tegenstelling tot wat partijen soms beweren zijn die programma's niet een geheel, en hebben kiezers ook hun specifieke voorkeuren. De VVD-er die tegen hoge bonussen in het bedrijfsleven is. De PVV-er die het hoofddoekjesverbod niet ziet zitten. De GroenLinkser die wel een kerncentrale wil bouwen. De kiezer kan dus niet volledig op eigen voorkeur kiezen, en het is het waard om de kiezer meer invloed te laten geven over de uiteindelijke concrete besluiten die een kabinet neemt.<br />
<br />
Ten tweede: Politieke programma's kunnen geen vier jaar voorspellen. Wie in 1998 de aanslagen op het WTC in New York in zijn programma zou hebben opgenomen zou als fantast worden weggezet. Maar ze gebeurden wel. Wetgeving die de privacy inperkten werden daarop snel ingevoerd. Uitvindingen zoals computers en internet hebben het privé en professionele leven volledig veranderd, en hebben gevolgen voor bijvoorbeeld werkgelegenheid, gebruik van media en hoe de maatschappelijke participatie vormgegeven werd. Pas langzamerhand, en zeer laat, zijn politieke partijen daar ideeën over gaan vormen. In Duitsland was geen draaiboek bekend hoe te handelen als de Muur zou vallen. En toch zijn na de Val in razend tempo Oost en West weer samengegaan. Op al dat soort ontwikkelingen en daaruit voortkomende beslissingen heeft de kiezer geen invloed. <br />
<br />
Als derde: de kiezer heeft alleen invloed op de samenstelling van het parlement. Niet op de coalitie die gevormd wordt, niet op de ministers die het gaan uitvoeren, niet op het coalitieakkoord. Wil een kiezer invloed uitoefenen op de inhoud van het coalitieakkoord, dan moet hij of zij eerst lid worden van een politieke partij, via die weg het politieke programma proberen te beïnvloeden, en dan hopen dat die partij aan de onderhandelingstafel mag plaatsnemen. En ook daar is ongewis op welke punten compromissen zullen worden gesloten. Invloedrijker zijn bijvoorbeeld lobbyclubs die heel gericht proberen een belang in te steken bij de coalitieonderhandelingen, en waarvan hun achterban vaak onduidelijk is, of qua mening verdeeld. Met andere woorden: de invloed van burgers op het politieke proces is uiterst summier. <br />
<br />
Dit zijn al drie redenen om de burger meer zeggenschap te geven in politieke besluitvormingsprocessen. De invloed die ze hebben op concrete beslissingen is te beperkt om überhaupt van echte invloed te kunnen spreken. Geen wonder dat de kiezer regelmatig beweert dat zijn stem niets uitmaakt, want dat is namelijk vrijwel zo. Voordat je in de meeste politieke partijen iets te zeggen wil hebben, moet je jarenlang investeren, je bewijzen en posities bekleden. Daar heeft een hardwerkende Nederlander helemaal geen tijd voor. En daarbij: vrijwilligerswerk in de kantine van de voetbalvereniging is veel leuker om te doen.<br />
<br />
Het beschreven democratisch deficit kent een achterliggende verhaal. Waarom we niet meer zeggenschap aan burgers geven, is omdat we geen vertrouwen hebben in het juiste beoordelingsvermogen van hen. We zijn bang teruggefloten te worden door de burger. We zijn bang dat onze idealen niet dichterbij, maar verderweg komen door de kiezer meer invloed te geven. De angst voor de burger is de primaire drijfveer geen stap meer in zijn richting te zetten. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, en de politieke top vertrouwt slechts die burger die zich regelmatig laat zien op partijbijeenkomsten. Dat is denigrerend, en uiterst schadelijk voor de houdbaarheid van het democratisch systeem.<br />
<br />
De lacunes van het democratisch systeem, die ik hiervoor beschreef, leiden niet per se tot omarming van het referendum. We kunnen burgers echte invloed geven op het politieke programma door bijvoorbeeld op deelonderwerpen te stemmen. Je kunt dan bijvoorbeeld stemmen voor de milieuparagraaf van GroenLinks, en de defensieparagraaf van de VVD. Of de burger krijgt meer zeggenschap op de samenstelling van het kabinet, door een voorkeurcoalitie te kiezen, of instemming te verlenen aan een kabinetsploeg. Het denken over democratische vernieuwing houdt niet op bij het referendum.<br />
<br />
Verwijzend naar het enige nationale referendum tot nu toe, werd tijdens het congres van GroenLinks door Dwars gewaarschuwd voor populisme. De Europese Grondwet is op oneigenlijke gronden afgewezen. Dat klopt, maar het is niet zo dat daardoor het instrument, het referendum, verkeerd was. Eindelijk werd een ingrijpende beslissing voorgelegd aan de bevolking. Het dédain van het kabinet lag er in besloten dat deze nauwelijks moeite deed de kiezer van het publieke belang van de Europese Grondwet te overtuigen. Massaal werd de Grondwet afgewezen, maar na de referendumdag keerde het kabinet weer terug naar business as usual. Er werd weer wat onderhandeld, de tekst werd op wat punten aangepast, en zonder nieuw referendum werd het nieuwe Europees verdrag door het parlement geloodst. <br />
<br />
De analyse van referenda in Nederland en daarbuiten wijst uit dat een overheid een referendum verliest als deze het publieke belang van een beslissing niet voor het voetlicht kan brengen. Dat betekent dat ofwel de overheid het nalaat een goede inhoudelijke campagne te voeren, ofwel dat de beslissing ook in werkelijkheid geen publiek belang dient. Bij de Europese Grondwet, en bijvoorbeeld het minarettenverbod in Zwitserland, is de inhoudelijke campagne nooit gevoerd. Overheden deden bijna geen moeite om de kiezer in hun voorkeur mee te slepen. Als dat niet gedaan wordt, wint de tegenstander sowieso. Je weigert dan publieke belang van de beslissing uit te leggen, en daardoor wordt de overheid afgestraft op zijn eigen arrogantie.<br />
<br />
Het kan ook zijn dat, hoe hard een overheid het ook probeert, het publieke belang van een beslissing niet wordt onderschreven. Het zou bijvoorbeeld prettig zijn geweest als Nederland zich had mogen uitspreken over de aanleg van de Betuwelijn: die was er nooit gekomen als er een referendum zou hebben plaatsgehad. En waarom niet: omdat, welke campagne de overheid er ook voor zou hebben gevoerd, de bezwaren en slechte prospectus van de lijn, overduidelijk waren. De regering heeft, in de beslissing om het spoor door de Betuwe aan te leggen, te veel tunnelvisie gehad. Dit soort tunnelvisies komen, helaas, vaker voor. En het parlement is, doordat regeringsfracties in de wurggreep van de coalitie bevinden, vaak niet bij machte dit soort visies te doorbreken. Slechte ideeën worden uitgevoerd, en het zou goed zijn als er een instrument komt waarbij de burger parlementaire en politieke blunders kan voorkomen.<br />
<br />
Het gaat dus om verantwoordelijkheid en vertrouwen. De huidige politieke realiteit legt alle verantwoordelijkheid bij het parlement, en via het parlement bij de regering. Bij de verkiezingen stemt de burger, en daarna is het klaar. De burger gooit de verantwoordelijkheid voor de richting van het land, over de schutting in de tuin van de Haagse kaasstolp. En in de tussentijd voelt de burger zich dus ook niet verantwoordelijk. Hoewel hij of zij regelmatig de drang heeft dingen te willen veranderen, weet hij of zij dat dat toch niet gaat gebeuren. Beïnvloeding stuit op wantrouwen bij de politieke elite, en dat maakt mensen sceptisch over politiek en overheid. Geen wonder dat mensen recalcitrant worden, opstandig ten opzichte van de overheid. Proteststemmen zullen er altijd blijven, maar een deel van het antwoord is wel te vinden in meer directe invloed van de burger op de politieke besluitvorming.<br />
<br />
We moeten toe naar het idee van de beïnvloedbare samenleving. Dat lukt alleen als we ons beseffen dat individueel gedrag bouwsteen is van collectieve actie. Iedere persoon kan het verschil maken, het maakt niet uit hoe klein dat verschil is. Dat besef begint met werkelijke invloed geven aan burgers. In de beïnvloedbare samenleving staat het individu centraal, en doen keuzes er werkelijk toe. Het referendum is een middel waarmee de directe invloed van burgers op publieke besluitvorming toeneemt. <br />
<br />
En het geeft een sterkere verantwoordelijkheid aan de overheid beslissingen te nemen die uit te leggen zijn. Die werkelijk het belang van het land en de samenleving dienen. De politiek krijgt, met een referendum, veel minder mogelijkheid zich te verschuilen achter coalitiebelangen. Het is een middel dat de politiek moet prikkelen besluiten te onderbouwen, begrijpelijk te maken. Het lokt uit tot scherpere keuzes. Een regering kan niet bij de bevolking aankomen met de vraag of deze akkoord gaat met een slap compromis.<br />
<br />
Dan zijn er nog drie aspecten die problematisch lijken. Allereerst de vraagstelling. Die moet zorgvuldig worden vastgelegd. Bij het referendum over de Europese Grondwet was dat zo, die vraag was goed geformuleerd. De campagne ging echter over iets anders: over dat alles duurder werd, dat Europa de Nederlandse belasting betaler te veel kostte, en dat Turkije niet bij Europa zou moeten horen. Het kabinet heeft slecht uitgelegd waarover de Grondwet wel ging. Het verwijt dat dit referendum uitdraaide op Nee moet dus vooral op de regering zelf worden gericht. Een zorgvuldige vraagstelling kan, is noodzakelijk, en moet getoetst worden door het parlement en de Raad van State, zodat het referendum zowel democratische als juridische legitimiteit heeft.<br />
<br />
Ten tweede: een grondwettelijke toetsing van voor te leggen besluiten, is nodig. Over een minarettenverbod, welke in strijd is met de Nederlandse Grondwet, kan dus geen referendum worden gehouden. Waarom pleit ik voor deze beperking? Omdat de Grondwet de basis is vanuit welke burgers, politiek, overheid en rechtstaat handelen. Een Grondwet zou moeten zorgen voor langere termijn stabiliteit in wetgeving, het zorgt ervoor dat we wetgeving maken volgens bepaalde waarden. Momenteel wordt die Grondwettelijke toetsing niet uitgevoerd. De Eerste Kamer zou hierin zijn rol moeten spelen, maar deze wordt te veel gedomineerd door partijpolitiek. Een referendum mag het functioneren van de democratische rechtsstaat niet in gevaar brengen, maar kan er wel mee op gespannen voet staan. Dit geldt overigens voor eigenlijk alle democratische instrumenten, zelfs voor de regelmatige stembusgang. Vandaar dat Grondwettelijke toetsing een onderdeel moet worden van het democratisch proces in het algemeen.<br />
<br />
Ten derde: sommige mensen pleiten ervoor begrotingen niet referendabel te maken, om ervoor te zorgen dat overheidsfinanciën reëel en solide blijven. Immers: de kans is aanwezig, en ook in de Californië regelmatig voorgekomen, dat begrotingen worden afgewezen waarin verhogingen van bepaalde belastingen worden voorgesteld. Dit ondanks dat er een inhoudelijke beslissing dat er meer aan onderwijs, sociale zekerheid of infrastructuur moet worden uitgegeven. En dat kan elkaar dus bijten.<br />
<br />
Bij het vaststellen van begrotingen worden inhoudelijke keuzes gemaakt. En het is goed om niet twee keer dezelfde keuze voor te leggen aan een bevolking. Daarom is het belangrijk dat de budgettaire gevolgen van specifieke inhoudelijke beslissingen inzichtelijk worden op het moment dat we daarover, middels een referendum, gaan beslissen. In deze logica kan er ook voor gekozen worden dat begrotingen referendabel te maken, maar verdere inhoudelijke beslissingen niet. Het is helderder de inhoud te laten prefereren boven de cijfers, maar de consequenties zo duidelijk mogelijk te maken. <br />
<br />
Is de democratie af wanneer er een referendum wordt ingevoerd? Natuurlijk niet. Democratie vereist constante heroverwegingen, onderhoud en flexibiliteit. Maar het zou de huidige democratie, die gekenmerkt wordt door wantrouwen, een stukje op laten schuiven naar een samenleving waarin vertrouwen in individuele keuzes gaat gelden. <br />
<br />
Om het verhaal af te maken zou bijvoorbeeld het burgerinitiatief moeten worden versimpeld, zodat burgers makkelijker zelf maatschappelijk initiatief kunnen nemen. Dan kunnen individuele burgers echt invloed uitoefenen. Door initiatieven aan te dragen en door deze te kunnen voorleggen aan de gehele bevolking.  Nu is die invloed te veel voorbehouden aan de volksvertegenwoordiging en vooral de regering. En het is juist de taak van de politiek de burger te vertrouwen, en hem te laten weten dat zijn bemoeienis met de maatschappij er toe doet. Dat iedereen de samenleving ten goede kan beïnvloeden. Het referendum is daartoe een belangrijke stap.<br />
<br />
<br />
Jelmer Uitentuis is socioloog en voormalig woordvoerder van Dwars, GroenLinkse jongeren]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=86</comments>
 <pubDate>Fri, 11 Jun 2010 08:24:19 +0200</pubDate>
</item><item>
 <title>Keuze voor idealen</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=85</link>
<description><![CDATA[De keuze van Wouter Bos om zich terug te trekken als lijsttrekker is een keuze voor idealen. En het is knap dat hij dat doet. Als Bos was doorgegaan als partijleider van de PvdA was de aanval op hem, in de aankomende verkiezingsstrijd, meedogenloos geweest. Misschien had Bos er nog wel zin in, maar het was vooral: zou het verstandig zijn voor zijn partij, zijn idealen.<br />
<br />
Wat hij gedaan heeft is knopen tellen. Dit zou de campagne geweest zijn: Het CDA die hem verweet geen internationale ruggengraat te hebben en het kabinet te hebben laten vallen. De PVV die Bos zo'n beetje alles voor de voeten werpt. De VVD die Bos verwijt een gat in de hand te hebben. En zelfs D66, SP en GroenLinks zouden de zetel willen weghalen bij Wouter. CDA, PVV en VVD hebben er geen behoefte aan elkaar af te vallen, en andere partijen zijn te klein of te relevant. Balkenende wil niet meer met Bos, dus heeft een makkie om hem klein te houden. Bij deze verkiezingen zou Bos gemangeld worden, vermorzeld, van alle kanten aangevallen. Dat zou de PvdA geen goed hebben gedaan.<br />
<br />
Daarom heeft Bos Job Cohen gevraagd. Tuurlijk, het excuus is dat hij eindelijk kans wil hebben om zijn kinderen t zien opgroeien. Maar, het komt Bos goed uit. Dit is een meesterzet. Cohen staat bekend als een uiterst solide bestuurder, het tegengestelde van Balkenende. Cohen kan ook nog eens met het CDA om de tafel, want hij zat niet in het gestruikelde kabinet. Cohen kan kiezer weghalen bij CDA, D66, SP en GroenLinks. Cohen heeft een bewezen effectief verhaal tegen Wilders.<br />
<br />
Dus: met Bos kon de PvdA de verkiezingen niet winnen, met Cohen is die mogelijkheid er wel. En de conclusie die Bos dan trekt is niet alleen ingegeven door eigenbelang. <br />
<br />
Als je alles bij elkaar optelt is de keuze heel logisch: Had hij er nog zin in? Nee. Zou hij gaan winnen? Nee. Zou een andere kandidaat, Cohen, wellicht wel winnen? Ja. Vind ik het gezichtsverlies af te treden? Nee. Wat zou zijn idealen het dichtste bijbrengen? Aftreden.<br />
<br />
Wegwezen dus. En eindelijk genieten!]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=85</comments>
 <pubDate>Fri, 12 Mar 2010 18:29:01 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>Echte helden</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=84</link>
<description><![CDATA[Echte helden zitten in het A-team. Ze gaan onrecht te lijf, zijn slim en kunnen goed acteren. Ze kennen het onderscheid tussen goed en kwaad. Ze maken plannen die altijd werken. Ze redden de onderdrukte burger, terwijl de overheid hen juist probeert dwars te zitten. Het is een complot waarin ze verzeild zijn geraakt. Ooit waren ze trouw aan het Amerikaanse ideaal, toen werden ze beschuldigd van verraad. En hoewel de jonge mannen regelmatig in het rond schieten, geloof je direct dat zij het hart op de juiste plek hebben zitten.<br />
Pieter Lakeman, die de Nederlander wilde redden van de kwelling die onze nationale geitenwollensok was. Dirk Scheringa, die de onschuld zelf speelde in een door hem gearrangeerd drama. Nout Wellink, de koelbloedige rekenmeester die al lang uitgerekend had hoeveel euro's hij kwijt zou zijn als DSB over de kop ging. En Wouter Bos, die ten koste van al zijn goedbedoelde idealen moest vertellen dat het Noord-Hollands imperium niet meer te redden was. Als ze in een busje zouden zitten, op de vlucht voor de realiteit, zouden ze dan samenwerken?<br />
<br />
Een onschuldige vrouw kan fluiten naar haar geld. Haar mooie geleende erker moet worden afgebroken. Daar komt de zwarte Van. Lakeman stapt uit en zegt dat je Scheringa niet mag geloven. Wellink pakt het wapen en schiet de erker aan flarden. Scheringa schudt zijn hoofd, kijkt er naar en beweert dat hij er niks aan kan doen. En Bos roept dat Scheringa het allemaal had kunnen voorkomen, mits hij wist hoe hij met geld om zou moeten gaan. De vrouw vliegt Wellink aan, die haar gemakkelijk van zich afschudt. Scheringa zegt: ik ben ook alles kwijt. Lakeman trekt de vrouw naar zich toe, troost haar en loopt dan weg. Bos staat er bij en vraagt zich af wie dit plan heeft bedacht.<br />
<br />
DSB was de bank van het inhalige individu. Dat zich meer dacht te kunnen veroorloven dan mogelijk was. Klanten speculeerden op winsten die nooit zouden komen, en DSB beloofde dat kopen nooit meer een probleem zou worden. Zo'n concept kan alleen bestaan met een blind vertrouwen. En dat werd wel heel snel onderuit gehaald. <br />
<br />
DSB was de bank met een succesvolle politieman aan de de top. Een man die dacht dat de wereld slechts bestond uit winnen, steeds meer, steeds beter. Een man die dacht dat alles kon. Een eigen voetbalclub, een schaatsploeg, een museum, een eigen vliegtuig. Allerlei activiteiten die knaagden aan de betrouwbaarheid van zijn core business. Goed omgaan met geld.<br />
<br />
Scheringa dacht dat hij niks verkeerd had gedaan, dat hij het grootste slachtoffer was van het failliet van DSB. En dus hief hij zijn armen in de lucht toen zijn bank brak. Niet hij, maar allerlei anderen hadden zijn bedrijf kapot gemaakt. En als zijn werknemers geloofden hem nog.<br />
<br />
In 2010 komt Scheringa terug. Hij neemt het stokje over van Martin Gaus. Hij gaat Dierenmanieren presenteren. Hij kijkt onschuldig de camera in, prijst een kat aan en zegt dat het een lief beest is. Dan smijt hij de kat van zich af. Zoals hij niks had met zijn klanten, niks met zijn werknemers, zo heeft hij ook niets met dieren. Anders was hij in de tussentijd ook wel een dierentuin gestart. Maar Dirk's gezicht is zo guitig, het past bij een programma over zielige beesten.<br />
<br />
En opeens stopt het busje voor het asiel. Wellink, Bos en Lakeman stappen uit. Ze halen de verlaten honden, verwaarloosde katten, en de enkele nog overgebleven papegaai uit de hokken. Eindelijk worden ze bevrijd van het juk van Dirk Scheringa. Door echte helden.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=84</comments>
 <pubDate>Sun, 27 Dec 2009 21:04:47 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>Referendum niet afschrijven na Zwitsers minarettenverbod.</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=82</link>
<description><![CDATA[Het minarettenverbod in Zwitserland wordt door sceptici als failliet van het referendum gevierd. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Het referendum blijft zijn kracht en nut behouden. Wat we moeten beseffen is dat er nogal wat fout was in de vraagstelling van het Zwitsers referendum, en dat de Zwitserse regering wel erg weinig heeft gedaan om een negatief oordeel te voorkomen. Een ander referendum had een andere uitslag gegeven. En een overheid die het publieke belang van bepaalde beslissingen niet kan uitleggen, doet zijn werk niet goed.<br />
Allereerst de vraagstelling. De vraag die in Zwitserland gesteld werd was: Moet er een verbod komen voor meer minaretten. Ja of Nee. Dit is een vreemde vraag. Had men in plaats van minaretten gevraagd of er een verbod op  windmolens moest komen, dan had men wellicht ook Ja gezegd. Want niemand wil een windmolen in zicht hebben: een hoog ding dat het uitzicht verpest en ook nog lawaai maakt.<br />
<br />
Media vinden het minarettenverbod getuigen van racistische, xenofobe of islamonvriendelijk achtergronden. De vraag is of dat 100% waar is. Maar de vraagstelling leidt er toe dat di vraag wel gesteld kan worden, en niet kan worden uitgesloten dat de uitkomst rechtstreeks voortkomt uit bovenstaande negatieve redenen. Maar ja: je kunt ook tegen minaretten zijn omdat ze lelijk zijn, n dan stem je ook nee. Of omdat je ze te hoog vindt, dan stem je ook Nee.<br />
<br />
De vraag die opgeld doet: moet je zo'n soort vraag stellen? Is het nodig deze vraag te stellen als je het instrument van referendum kent? Het antwoord is nee. Vragen die een indirecte inbreuk maken op de grondwet an sich kun je in de wet voor het referendum gewoon uitsluiten. Een algemene vraag zoals in het Zwitserse referendum werd gesteld is dan gewoonweg niet mogelijk.<br />
<br />
Toch zou ook met bovenstaande uitzondering een referendum kunnen worden gebruikt om minaretten tegen te houden. Op lokaal niveau zouden actiegroepen referenda kunnen afdwingen tegen plannen om een islamitisch gebedshuis te bouwen. En ook dat moet je uitsluiten. Wat referendabel zou kunnen zijn bijvoorbeeld de hoogtes van gebouwen: niet de bestemming an sich. Dus of ergens een windmolen, een woontoren, een katholieke kerk of een moskee komt te staan is dan niet wat er gevraagd wordt.<br />
<br />
“Mag er op een specifieke plek een toren van 50 meter hoogte worden geplaatst?” is een mooie vraag. Dat leidt niet tot xenofobe reacties, maar tot een uitspraak die werkelijk gaat over waarover we een oordeel moeten hebben. Namelijk op welke manier we de publieke ruimte willen invullen.<br />
<br />
Dan het tweede deel. In Zwitserland stelde men de verkeerde vraag, maar deed de regering weinig tot niks om het oordeel van de bevolking de juiste kant op te sturen. Het publieke belang om minaretten toe te staan was nauwelijks voor het voetlicht gebracht. De campagne werd volledig onderschat. In de beeldvorming had het tegenkamp alle touwtjes in handen: ze waren professioneel, en waren eerder. <br />
<br />
Dat een overheid het publieke belang van hun beslissing of hun gewenste beslissing niet duidelijk kan maken, is natuurlijk geen reden om tegen een referendum te zijn. Ofwel de beslissing is dan niet goed, ofwel de overheid doet zijn communicatieve werk niet goed. Wat kunnen we daar tegen  doen: de overheid dient zich bewust te zijn van de mogelijke consequenties van een negatief of ongewenst oordeel dat uit een referendum naar voren komt, en daarop een goede campagnestrategie te bedenken.<br />
<br />
Het referendum is, mits het aan een aantal voorwaarden voldoet, een goed instrument om burgers bij de complexiteit van publieke beslissingen te betrekken. Hoewel de complexiteit vervat is in een simpele, digitale, keuze (ja of nee), zijn de redenen, ofwel de argumentatie om tot die keuze te komen, de kern. Door een aantal zekerheden in het systeem in te bouwen kan het referendum niet worden misbruikt om ongrondwettelijke besluiten te forceren. Door een alerte en communicatieve overheid kan een referendum ook positief uitvallen. Een of enkele tegenslagen moeten ons niet weerhouden burgers meer betrokken te laten worden bij complexe publieke beslissingen. Alleen als we de bevolking de mogelijkheid geven daar direct invloed op uit te oefenen zullen ze hun verantwoordelijkheid serieus nemen, en zich in de materie verdiepen. Die democratische uitdaging kunnen we gemakkelijk aan.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=82</comments>
 <pubDate>Wed, 2 Dec 2009 10:26:47 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>Antwoord op politieke polarisatie is de beïnvloedbare samenleving: iedereen maakt het verschil</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=81</link>
<description><![CDATA[De afgelopen weken is politieke polarisatie middelpunt van aandacht. Politici en media laten zich meeslepen in een debat dat hooguit gaat over definieringskwesties. En dat geldt niet alleen voor het debat over of partijen rechts of links zijn, het geldt ook voor het debat of een willekeurig onderwerp  een probleem is. Er worden grote woorden gebruikt om van muggen olifanten te maken; probleempjes, incidenten en politieke uitspraken doen mensen op tilt slaan. En steeds vaker dringt de vraag zich op: waar gaat dit over?Een klaagzang is zo geschreven. Oppositie voeren is gemakkelijk. Ergens tegen zijn is niet alleen eenvoudig, het levert ook nog grote electorale winsten op. Negativisme is het toverwoord. Met een positieve grondhouding, een optimistische wereldbeeld en vertrouwen in mensen en de toekomst, word je afgeschilderd als naïef en irreëel. Op de toestand van de wereld is slechts een reactie mogelijk: het is rampzalig, en het wordt nog erger.<br />
Onze blik is naar achteren gericht. Het afgelopen twee decennium worden we gedwongen om naar onze geschiedenis te kijken, en mogen we er maar een ding over zeggen: Toen was alles beter. Na de Tweede Wereldoorlog was er een groot geloof in vooruitgang. De wederopbouw verliep in razend tempo. En bij die wederopbouw hoorde niet alleen het bouwen van huizen, maar vooral het opzetten van een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen.<br />
<br />
In de jaren 60 werd de samenleving van zijn beklemming ontdaan. De verzuiling werd omvergeworpen, de secularisering zette door. De babyboomgeneratie greep de macht in politiek en bedrijfsleven. En ging zijn verworvenheden beschermen. Migranten mochten naar Nederland komen om de vuile klusjes op te knappen. Toen de economische neergang in de jaren 80 insloeg als een bom, werd de jeugd naar de kaartenbakken en permanente werkloosheid verwezen. De punkgeneratie schreeuwde de goede bedoelingen van de babyboomers van zich af.<br />
<br />
En wij, jong volwassenen, zijn opgegroeid in een tijdperk waarin we alleen optimistisch over mochten zijn. Nederland stikte in de rijkdom, banen waren voor het oprapen, bonussen waren de normaalste zaak van de wereld. In onderhandeling met onze nieuwe werkgevers werd een dikke leasebak, verhuispremie, en een periodieke bonus afgesproken. En jaarlijks mochten we 3 krijtstreeppakken declareren om er vooral representatief uit te zien. Ondertussen paste de babyboomer zorgvuldig op zijn opgebouwde imago: alles kon alleen maar beter gaan.<br />
<br />
Dirk Scheringa is het mooi voorbeeld van de leugen die dit spelletje bleek te zijn. De leugen dat van ongebreidelde groei. De generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt opkwam probeert al jaren irreële belofte te doorbreken. En nu zijn wij aan de beurt. We hebben de financiële crisis zien ontstaan, in razend tempo zijn banken geklapt en is financiële zekerheid van honderdduizenden mensen uiteengespat. We hebben de klimaatcrisis zien ontstaan, en de stelselmatige weigering daar iets aan te doen. We hebben ontwikkelingslanden zien afglijden naar deplorabele toestanden. En ondertussen steken we de kop in het zand.<br />
<br />
Politieke polarisatie belemmert het ingrijpen in die fundamentele problemen, om zo onze toekomst veilig te stellen. Het is een rookgordijn dat opgetrokken wordt. In plaats van de grote uitdagingen voor de toekomst met beide handen aan te grijpen, wordt de discussie gefocust op definiëringen, op de grote woorden, en op een constante stroom van negativisme. Het chagrijn van Nederland is in de politiek allesoverheersend. Enerzijds door de generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt betrad en nu eindelijk willen profiteren van de rijkdom die de babyboomer hen niet gunde. Anderzijds door de angstige babyboomer die steeds meer zijn machtsbasis verliest.<br />
<br />
Maar dit artikel is een positief verhaal. Dit is een verhaal dat die schijnbare tegenstelling probeert te overbruggen. Generaties hebben zich in loopgraven verschanst en proberen elkaar er uit te lokken. De generatie die in de jaren 80 de arbeidsmarkt betrad probeert de vinger op de zere plek te leggen: er is geen normbesef meer, de in de jaren 60 gekomen minderheden veroorzaken overlast, de sociale zekerheid wordt uitgekleed omdat het niet aanzet tot werken, en het strafrecht is veel te soft. Maar bovenal wordt de verscheidenheid, door de babyboomers gevierd, de grond in gedrukt. Uniform gedrag wordt gepredikt, voorspelbaarheid wordt gekoesterd, veiligheid wordt gepropageerd. <br />
<br />
De focus die daarin wordt gehanteerd is gericht op de geschiedenis. Het is een constant defensieve houding. De jaren 80-jongeren denken dat hun decennia lang van alles misgund is. In een stelselmatig slachtofferschap wordt steeds gewezen op de foutjes die de generatie daarvoor heeft gemaakt. Om hun leed uit te vergroten wordt in het huidige politieke debat dan ook regelmatig, en slechts, gewezen op allerlei summiere misstanden. Het grote verhaal is volledig weg. Het gaat niet uit van een visie op de toekomst. En dat wringt. De geschiedenis moet juist gebruikt worden als aanknopingspunt om de uitdagingen van de komende decennia aan te gaan.<br />
<br />
De financiële crisis heeft de onhoudbaarheid van het huidige economisch systeem ten dele aangetoond. De klimaatcrisis vraagt om een voortvarende aanpak. En de politieke polarisatie vereist een antwoord in rust, argumentatie en ratio. Als we dat voorstellen trappen oudere generaties op de rem. Discussies verzanden, ze spelen zich af op de vierkante centimeter. Voortschrijdend inzicht wordt verward met draaien. De stellingen worden betrokken, het hoogste doel is tot einde het debat de poot stijf te houden. Geen enkel argument wordt echt serieus genomen, andermans ideeën worden niet overwogen, en het zoeken naar overeenstemming is de eer te na. <br />
<br />
We kunnen de uitdagingen van onze tijd veel gemakkelijker aan dan ons wordt voorgehouden. En dat alles kan alleen worden gerealiseerd door durf, en een positieve grondhouding. Veranderingen zijn niet alleen nodig, ze maken het leven ook een stuk prettiger en zekerder. Een moderne blik op de toekomst is essentieel. Daarvoor moeten we met distantie naar onze eigen situatie kijken, de waarde van ons eigen gedrag weer inschatten, en zo nodig veranderen. Zelfreflectie behoort onherroepelijk tot het nieuwe optimistisch programma. <br />
<br />
We moeten terugkeren, en hoop putten, uit het idee van de beïnvloedbare samenleving. Het lukt alleen als we ons beseffen dat individueel gedrag bouwsteen is van collectieve actie. Iedere persoon kan het verschil maken om het negativisme van ons af te schudden. Het maakt niet uit hoe klein dat verschil is. <br />
<br />
In de beïnvloedbare samenleving staat het individu centraal. U kunt denken dat dat nu ook zo is, maar dat is een farce. Mensen worden nu steeds meer gedwongen zich te gedragen conform standaarden die we als “normaal”en “aangepast”beschouwen. In het positief georiënteerde samenleving doen keuzes er werkelijk toe. De keuze voor eigenheid, een eigen identiteit, is een fundament om de maatschappij te ontdoen van pessimisme.<br />
<br />
Momenteel overheerst een starre houding. Mensen worden door regels en strenge normen in een keurslijf gedrukt. Maar burgers vragen ook bij iedere rimpeling, iedere oneffenheid die hun leven minder plezierig maakt om overheidsingrijpen. Om strenge straffen, verandering van beleid, en ingrijpen in de fysieke situatie. De politiek gaat daar klakkeloos in mee. Zo wordt vermijding van risico's een politieke taak. Die vermijding is zo ver doorgevoerd, dat het ambitieniveau van de politiek daar onder lijdt. Idealen zijn not done. De meest voorkomende reactie op politieke uitdagingen is krampachtigheid.<br />
<br />
De beïnvloedbare samenleving is anders dan de maakbare samenleving. Het is een samenleving waarin we mensen stimuleren, uitdagen en prikkelen eigen initiatief te nemen. Niet ter eer en glorie van het individu, maar voor profijt op microniveau van de eigen omgeving, en op macroniveau van de samenleving als geheel. Individuele kansen staan niet diametraal tegenover maatschappelijke verbeteringen – maar het vereist nieuwe standaarden.<br />
<br />
We kunnen weer voorloper worden: in innovatie, tolerantie en vrijheid. Die drie aspecten hangen nauw met elkaar samen. Om dat te bereiken hebben we een omslag in ons denken nodig. We hebben een prikkeling nodig te doen waar we goed in zijn, onze talenten uit te buiten, en belangeloos voor elkaar in te zetten. Onze eigenwaarde moet geschat worden op basis van wat we voor de ander kunnen betekenen. Het collectief belang moet weer als individueel belang worden herkend. De eigenwaarde doet niet onder voor de collectieve waarde, en andersom. Individueel profijt is slechts nastrevenswaardig als daarmee de ander geen nadeel berokkend wordt. Concurrentie is er niet om elkaar de tent uit te vechten, maar om elkaar te verbeteren, van elkaars ideeën te leren, en nieuwe mogelijkheden te onderzoeken.<br />
<br />
Onderzoek is kern van de nieuwe standaard. We moeten ons verdiepen in andermans interesses, in andermans drijfveren en andermans mogelijkheden. Angsten zijn er om overwonnen te worden, niet door risico's te vermijden, maar door ze aan te gaan en het hoofd te bieden. Onderzoeken, luisteren en kijken, steeds weer analyseren en beredeneren. Ze zijn essentieel voor het realiseren van nieuwe uitdagingen.<br />
<br />
De prikkeling om nieuwe initiatieven op te pakken komt voort uit analyse. Interesse in de ander, in maatschappelijke fenomenen en de directe omgeving zijn het startpunt. Iedereen die leert kijken stelt zich vragen. En in symbiose met anderen ontstaat een nieuw creatief idee. Daarom is het essentieel nieuwe vormen van nieuwsgierigheid te propageren. Nu staat centraal dat mensen overal een mening over moeten hebben, maar dat leidt tot desinteresse en een oppervlakkige benadering. De vraag wat vind je er van moet worden vervangen door: hoe zit het precies? Waar komt het door? Hoe ziet iets er echt uit? Dat betekent dat we complexiteit moeten onderkennen, en dat we de neiging de maatschappij te vereenvoudigen moeten laten varen.<br />
<br />
Van meningen hebben we al genoeg. Meningen zijn losse flodders waarover niet valt te discussiëren. De mening is slechts een normatieve interpretatie, doorspekt van eigenbelang, van een nauwelijks onderzocht fenomeen. Het draagt dus niet bij aan de stimulans verder te kijken dan de neus lang is. Een mening sluit te veel kansen uit.<br />
<br />
De maatschappij is er niet om het individu te beknotten. Het individu is er juist om de maatschappij te laten bloeien. Dit uitgangspunt noemen we sociale individualisering. Buiten gebaande paden bewegen is in zo'n maatschappij een pluspunt, en geen negatieve normloosheid zoals het in het huidige tijdsgewricht wordt beschouwd. We moeten af van verkapte beschavingsoffensieven. Erkenning van verscheidenheid in individuele preferenties lokt nieuwsgierigheid en creativiteit uit.<br />
<br />
Een optimistisch verhaal is een ambitieus verhaal. Die ambitie past ook bij de uitdagingen waarvoor we oplossingen moeten vinden. De economische crisis vereist een antwoord dat verder gaat dan boekhoudkundige trucs. De klimaatcrisis begint nijpend te worden: we moeten nu met volle vaart de opwarming van de aarde stoppen. De internationale verhoudingen moet leiden tot een heroverweging in handelsbelangen en oplossingsgerichte interventies. En de democratische crisis vraagt om een oplossing waarin we het idee opheffen dat de overheden overal een antwoord op moeten hebben. Doorgaan op de oude leest leidt onherroepelijk tot een herhaling van zetten. En we merken steeds duidelijker dat dat een dood spoor is. <br />
<br />
Ook hierin is een ontwikkeling naar sociale individualisering belangrijk: individuele verantwoordelijkheid voor de sociale consequenties van het eigen handelen. Mensen zouden zich regelmatig af moeten vragen in hoeverre hun eigen gedrag bijdraagt aan maatschappelijk optimisme. Aan oplossingen voor maatschappelijke problemen, of gewoon aan een prettiger omgang met anderen. Maatschappelijk optimisme komt voort uit tevredenheid met verscheidenheid, en het besef dat sociale consequenties van het eigen gedrag er echt toe doen.<br />
<br />
In plaats van ons te verschuilen achter de rookgordijnen van valse belangen, ons volledig te storten in een alsmaar vergrootte kloof van politieke polarisatie, problemen te ontkennen, of problemen wel te onderkennen maar er geen oplossing voor te willen verzinnen uit angst voor negatieve reacties, stellen wij een nieuwe blik op de wereld voor. Dit is een positief stuk, een aanklacht tegen het pessimisme, en een oproep weer hoop te putten uit het idee dat we zelf, ieder individu, de wereld kunnen beïnvloeden. Daar zijn een aantal voorwaarden voor. We moeten meer onderzoekend, en minder opiniërend opereren. We moeten streven naar een sociale individualisering: ons individueel gedrag moeten we toetsen aan de sociale consequenties die het heeft. Het individu is er om de maatschappij te laten bloeien. Dit is een mooi vooruitzicht: creativiteit, tolerantie, innovatie en vrijheid zijn weer binnen handbereik. We moeten ons slechts ontdoen van het allesoverheersend negativisme. Aan u is de keuze.]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=81</comments>
 <pubDate>Mon, 23 Nov 2009 23:47:32 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>Benoemen politieke positie PVV is broodnodig</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=79</link>
<description><![CDATA[Volgens een conceptrapportage van een door het ministerie van binnenlandse zaken geformeerde groep wetenschappers is de PVV extreem-rechts. De twee belangrijkste argumenten daartoe zijn dat de partij islamofobie predikt en systeemhaat tegenover de overheid aanmoedigt. Die analyse snijdt hout, en is dus gerechtvaardigd.<br />
<br />
De reactie van Wilders is voorspelbaar. Hij beschouwt zijn partij als uiterst democratisch. Daar valt wel wat op af te dingen. De partij kent bijvoorbeeld slechts een lid. Maar bovenal is er het inhoudelijke standpunt: een democratische partij erkent democratische instituties, en de daarbij behorende mores. <br />
Het is goed om, aan de hand van de door Hans Moors, Bob de Graaff en Jaap van Donselaar gebruikte criteria werkelijk inzicht te krijgen in de politieke positionering van de PVV. En dat de PVV zichzelf liever omschrijft als middenpartij doet daar niets aan af. Het is juist belangrijk voor de potentiele kiezers. Die weten dan wat voor vlees ze in de kuip krijgen als ze Wilders kiezen. De door de PVV ingenomen standpunten in de Tweede Kamer en daarbuiten geven al weinig ruimte voor discussie over hun positie in het politieke spectrum.<br />
<br />
De PVV stemmer bestaat niet. Kiezers stemmen om verschillende redenen op Wilders. Het algemene beeld is wel redelijk eenduidig: het zijn met name autochtonen, tussen 35 en 50 jaar, en  lager opgeleid. Maar dat beeld is te simpel, en zegt weinig over de motieven van de potentiële kiezers. Uitgebreide analyse van het kiezersarsenaal dat potentieel op de partij stemt geeft een verscheidener beeld.<br />
<br />
In het zaterdagmagazine van NRC stond onlangs een uitgebreid achtergrondartikel waarin Wilders stemmers onder de loep werden genomen. Ook dit bleek een vertekend beeld: hier waren alleen mensen geinterviewd die zich eens hadden opgegeven voor een bijeenkomst van de PVV, en die er nog steeds ronduit voor uit kwamen te stemmen op de partij. Deze harde kern komt niet veel verder dan de inhoudelijke overeenkomst dat de Islam een gevaar is voor de Nederlandse samenleving, en dat door de Linkse elite de vrijheid om dingen te zeggen wordt ingeperkt. Daarbij is deze groep kiezers ook nog op zichzelf gefixeerd, wijst het solidariteit met allochtonen af, en zijn ze op zoek naar een figuur met leiderschap. <br />
<br />
Maar de harde kern vormt slechts een beperkt deel van het potentiële electoraat. Deze harde kern ligt inhoudelijk dicht bij Wilders, en ziet in hem ook nog een leider. Het is een groep mensen die xenofobe standpunten hebben, en een nationale solidariteit koesteren. <br />
<br />
Maar de 28 zetels die Wilders in de peilingen heeft komen niet alleen van xenofobe, racistische of naar leiderschap hunkerende kiezers. Niet iedereen die PVV zegt te gaan stemmen is zelf extreem-rechts. Het is dus de taak van politici, media en wetenschappers Wilders te ontmaskeren, zijn natuurlijke kiezers de volledige vrijheid te gunnen op hem te stemmen, maar diegenen die niet extreem-rechts zijn daarvan te weerhouden. Ook daarbij geldt natuurlijk dat een stemmer een verkeerde keuze kan en mag maken.<br />
<br />
Het huidige potentieel aan Wilders stemmers is in de peilingen groot. Grofweg zijn er drie categorieën te onderscheiden van de kiezers. De eerste groep is de groep die om inhoudelijke redenen op de PVV stemt. Die heb ik hierboven al kort beschreven. <br />
<br />
Een tweede groep is de proteststemmer, dat is een niet te verwaarlozen groep kiezers die, welk beleid er ook gevoerd wordt, daar tegen is. Wilders maakt hier handig gebruik van door constant te wijzen op “slechte beslissingen,” die tot stand gekomen zijn zonder naar de “burger te luisteren.” <br />
<br />
Bij de vorige landelijke verkiezingen was het met name de SP die de proteststem wist te verzilveren, maar ook die gigantische winst kan de groep proteststemmers niet tevreden stellen. Al zou de SP in het kabinet zitten en hun hele programma hebben kunnen uitvoeren, dan nog was deze groep niet tevreden geweest. Er valt gewoon te veel te klagen, en deze groep kiezers klaagt over zeer veel verschillende dingen. Het antwoord op de proteststem is nog niet gevonden. Maar tot nu toe blijkt geen enkele oppositiepartij langdurig een grote groep proteststemmers aan zich te kunnen binden.<br />
<br />
Dan is er nog de meewaaistemmer. Die stemt op die politicus die het populairst is. En die populariteit is afhankelijk van meerdere factoren. De laatste jaren zijn er wel duidelijke trends zichtbaar: macht is sowieso niet populair, slachtofferschap zijn maakt iemand geliefd. Ik snap niet helemaal waarom dat zo is, maar het lijkt er op dat burgers zich gemakkelijker kunnen herkennen in Don Quichote die tegen windmolens vecht, dan de Molenaar die de windmolens draaiende houdt. <br />
<br />
Het lijkt er ook op dat zichtbaarheid in traditionele media (krant en tv) de populariteit vergroot. Het is hierbij niet zozeer hetgeen wat de politicus zegt, alswel hoe vaak zichtbaar deze het zegt, en hoe vaak dit herhaald wordt. Ook hierbij geldt wederom dat het standpunt van een politicus die in de regering zit of in een regeringspartij actief is, bijna per definitie niet ter zake doet. De populariteit van een partij stijgt naarmate deze luider en vaker zegt: we zijn het er niet mee eens. In het geval van de PVV is dat echter nog wat te slap uitgedrukt. Die houden het meer op: “dit is knettergek, klinkare onzin.” en andere krachttermen.<br />
<br />
De meewaaistemmer kiest een populaire partij, en die populariteit wordt afgemeten aan peilingen. Een partij wordt populair als meerdere mensen in opinieonderzoek zeggen op deze partij te gaan stemmen. En de kiezer op drift bestaat uit de proteststemmer en de meewaaistemmer. De proteststemmer is de eerste die overstapt naar een partij zoals de PVV. De meewaaistemmer volgt hem. <br />
<br />
De proteststemmer bindt zich tijdelijk aan een oppositiepartij die zich op dat moment het duidelijkst tegen de zittende macht keert, de meewaaistemmer zien dan de populariteit van een partij stijgen, en verward deze populariteit en zichtbaarheid met resultaatgerichtheid. Dat is jammer, maar het vereist dan ook vrij veel verdieping in de politiek alvorens de echte resultaten van iemands politiek handelen duidelijk te kunnen krijgen. Ergens tegen zijn is nog altijd makkelijker dan iets echt bereiken.<br />
<br />
Een partij bestempelen als extreem-rechts gebeurt niet zomaar. Stemmers, met name zij die kiezen uit een negatieve overweging, moeten zich terdege bewust zijn van de keuze die zij op het punt staan te maken. Ook al willen ze protesteren tegen de zittende macht, dan nog is het zaak hen te confronteren met de werkelijke agenda van de partij waartoe zij geneigd zijn te stemmen. Het is een onderdeel van het democratische recht voldoende geïnformeerd te worden. Het is ook onderdeel van de democratische plicht van burgers serieus over de consequenties van hun keuze na te denken. Met name voor proteststemmers geldt dat ze zich wel moeten afvragen wat ze zelf echt willen, en daarop hun keuze baseren. Het benoemen van de juiste positie van de PVV in het politieke spectrum, moet met name bij hen kritische reflectie bevorderen. ]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=79</comments>
 <pubDate>Sat, 31 Oct 2009 16:44:27 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>Smolders, Scheringa... wie is de nieuwe Messias???</title>
 <link>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=74</link>
<description><![CDATA[Het nieuwe woord is: kapotmaken! Niet alleen Dirk Scheringa zei het tijdens zijn persconferentie, ook Hans Smolders – dubieus raadslid uit Tilburg, bezigde deze week het woord... Ze willen me kapotmaken.<br />
<br />
“Maar gelukkig krijgen ze mij niet klein.”Het is een mooi begrip, zoiets als demoniseren in 2002. Maar dat is niet meer hip. Ze willen mijn vrijheid inperken, grofweg 2005. Ook niet meer hip. Nu willen ze ons kapotmaken.<br />
<br />
En waarom? Omdat “ze” in “mij” een grote en gevaarlijke concurrent zien. Of omdat “ze” “mijn” boodschap niet welgevallig is. Of omdat “ze” vinden dat “ik” de burger te goed aanvoel (natuurlijk!). <br />
<br />
Scheringa dacht dat banken in hem een te grote concurrent zagen, en daarom de bank niet over wilden nemen. Domme redenering, weet hij zelf ook wel. Als een bank een andere bank overneemt heeft die een concurrent minder. Nee, daarentegen moest de bank kapotgemaakt worden.<br />
<br />
En nu zegt Hans Smolders dus ook dat hij kapotgemaakt moet worden. Hij probeert iedereen door het slijk te halen, en ontkent stellig zelf een rat te zijn. Vreeman, PvdA burgemeester in de stad, en ook de GroenLinkse grachtengordel, en natuurlijk al die anderen die hem niet gunnen dat hij “onrecht” aan de kaak stelt. <br />
<br />
Maar... doet hijzelf wel eens wat fout? Nee, natuurlijk niet.<br />
<br />
Het is zoals bij Jezus, die werd ook verraden terwijl hij het beste met de mensen voor had. Die is ook kapotgemaakt... Maar wie is nu eigenlijk de nieuwe Messias?]]></description>
 <category>leesvoer</category>
<comments>http://www.jelmer.info/nucleus333/index.php?itemid=74</comments>
 <pubDate>Wed, 21 Oct 2009 12:43:28 +0200</pubDate>
</item>
  </channel>
</rss>